home
nieuwsbrief
 

Deel 10 Project 'basal ya basoba' (8 juni 2010) - Guido Kleene vanuit Congo

12-07-2010

Woensdag 23 juni

Kisenso gare. Chaos in de stad. Een onvoorstelbaar stoffig station. Vuilnisbelt. Verlaten wagons waar mensen in wonen. Vier sporen die overwoekerd zijn door gras. Oude koloniale stationsgebouwen die vervallen zijn, waar de regen de funderingen heeft afgespoeld en die als slecht onderhouden standbeelden in het landschap staan. Tussen de rails markt. Naast de rails : markt. Op het station een slecht leesbaar bord. Station lemba. Maar als ik schamper over dit station reageert iedereen verontwaardigt. Natuurlijk functioneren de spoorwegen nog. Elke dag komen er twee treinen van station lemba naar het centrum. Dat wil zeggen – s ochtends een trein en aan het eind van de middag een trein. We komen aan met de vrachtwagen. Over het spoor. Want het spoor is de enige begaanbare weg. De andere weg is zo vol zand dat hij voor ons onbereidbaar is geworden. De tocht langs het spoor heeft bijbelse proporties…

We vertrekken s ochtend om kwart voor zeven van huis. Langs quartier un richting matete, een van de armste wijken van de stad. Achter matete ligt Kisenso. Al snel gaat het mis, want de weg naar kisenso is niet alleen vol gaten, maar verandert al vrij snel van een weg in een zandpad, dat over heuvels leidt, die duidelijk niet voor auto’s bestemd zijn en al minder voor een vrachtwagen. enorme traptreden houden de weg en het zand op zijn plek, maar voor de vrachtwagen en de vito zijn ze niet goed. Ik maak me zorgen over de terugweg, want heuvel af is makkelijker dan heuvel op. Dan worden we naar links gestuurd, een stijl weggetje af en we belanden langs het spoor. De weg houdt op. Helaas, we hebben de verkeerde weg te pakken en moeten weer terug. Geholpen door vele handen duwen we de vrachtwagen weer omhoog en uit het zand. En vervolgen ons pad door het mulle zand. Drie keer komen we vast te zitten. De buurt verheugd zich op onze komst, en roept vol leedvermaak dat de blanke weer vast zit met zijn vrachtwagen. Dan moeten we via een heel smal paadje tussen de huizen door naar de weg langs het spoor. Tenminste dat werd gezegt. De weg blijkt het spoor te zijn. Ik passeer tussen de huizen, maar de vrachtwagen neemt een stuk van het dak mee van een van de huizen. Kras op de vrachtwagen, en het dak een beetje ontwricht van het huis, maar niemand komt naar ons toe om te klagen dus het zal wel vaker gebeuren. We rijden maar door en schuiven het golfplaten dak weer wat recht. Dan moeten we onder ontelbare geimproviseerde electricteitsdraden door. Patrick en Fabrice, de twee jonge techniciens, zitten op het dak van de vrachtwagen en begeleiden met stokken de te laag hangende electricteitsdraden over het dak. Direkt daarna het volgende probleem. Het pad wordt een brommerpad, langs het pad staan mangobomen waar de vrachtwagen zo ongeveer de helft van zal meenemen en daarna is er geen weg meer, enkel het spoor. Ik zeg tegen Jef, de chauffeur, te wachten, en besluit eerst maar eens de rest van de weg te verkennen voordat we twee bomen meenemen en vast staan op een stuk spoorrails, waarna de trein komt die niet kan remmen…

Met de vito rijden we vooruit. Maar na honderd meter worden we aangehouden. Een man in trainingspak begint een eindeloze discussie. Het blijkt een militair te zijn, die ons de toegang tot het spoor ontzegt. Auto’s mogen niet over het spoor. Op zich een begrijpelijke regel. Als er een andere weg zou zijn. Maar er is geen andere weg. De hele situatie heeft iets absurds. Een groepje mannen hangt in uitgezakte houding langs het spoor in iets wat op een kroegje lijkt, de een zegt de soldaat te zijn die het spoor moet bewaken. De anderen schreeuwen rustig mee, ook de verkopers van pinda’s en sigaretten. Zijn zij ook soldaten ? en wie zegt dat zij ons werkelijk de toegang mogen ontzeggen ? uiteindelijk mogen we door – voor een halve dollar. Voorzichtig rijd ik het spoor op. twee wielen op het spoor, twee wielen ernaast, en ondertussen vooral kijken of we de brandstoftank onder de vito niet raken. Dan gebeurt er iets vreemds. Ik rem, het is eerst heel zwaar, daarna ineens valt alle druk weg en doen de remmen niets meer. Ik kom langzaam tot stilstand. Op het spoor. Gelukkig kunnen we nog rijden. Ik zet de auto naast het spoor, heel langzaam rijdend en kom tot stilstand tegen een klein heuveltje.. ik ga jef maar halen. « jef ik heb geen remmen meer ». Jef reageert heel rustig, pakt zijn gereedschap, een beetje remolie en een paar roestige spijkers, loopt mee naar de auto en begint de remmen te repareren. De remblokjes van het rechtervoorwiel zijn versleten, de olie is eruit gelopen en daardoor is de remdruk weggevallen. We staan nog altijd langs het spoor. De auto op de krik. Het wiel eraf. Er wordt geroepen. « De trein » – en inderdaad komt er uit het niets een korte goederentrein langsrijden. Als een monument uit een ver verleden. Totaal uitgehold, versleten wagons waarvan alleen het karkas nog over is. maar rijdend. Over een spoor dat overal door zand overwoekerd is, maar toch kruipen de goederenwagens voort. Even geruisloos als de trein is verschenen verdwijnt hij weer. en vrijwel meteen verandert het spoor weer in weg. En markt. En voetpad.

Na een half uur is de rem provisorisch gemaakt. Jef heeft met een roestige spijker de olieslang gedicht en de druk is weer terug op de remmen. Inmiddels weet de hele buurt dat we komen spelen. Het loopt al tegen negenen, terwijl we normaal nu al opgebouwd zijn. en we zijn er nog altijd niet.

Met een halve rem rijd ik verder over het spoor. Dan ineens vertakt het spoor en komen we bij een markt, Iets verder zie ik iets dat ooit op een station heeft geleken. Vier sporen, een perron, en heel veel vuilnis en gras. We onderzoeken de mogelijkheden. Het spoor langs het perron is te hoog, maar er loopt nog een ander spoor dat volledig overwoekert is, waar we wel over heen kunnen met de vrachtwagen.. We proberen het – het gaat niet. Maar de vrachtwagen moet het wel kunnen doen. Tussen huizen en tuinen rijdt ik de vito door het zand naar een zanderig voetbalveldje naast het station. Nu de vrachtwagen nog.

We lopen het stuk terug naar de vrachtwagen, en met zijn vieren voeren we de vrachtwagen over het spoor. Claude kijkt eronder, om te zorgen dat de onderkant niet geraakt wordt, ik zorg ervoor dat hij op de goede plek blijft rijden. Dan komen we bij een vervallen sein. Het sein staat zo dicht op het spoor dat we er niet langs komen en met nog een wiel op het spoor moeten. Het gaat nauwelijks en we komen vast te zitten met de as op het spoor. Jef geeft gas en de vrachtwagen komt weer los. Dan moeten we weer terug van het spoor af. Jef is bang dat de wielen zullen springen, ik zeg dat hij maar door moet rijden en gas moet geven. Hij geeft gas, de wielen spinnen, de voorkant komt goed over het spoor maar de achterwielen spinnen teveel. Pssst. Met een knal springt een van de banden. En tegelijkertijd komen we het spoor over. Een lekke band, een van de vier achterwielen. Geen probleem. De band is zo versleten dat we hem zullen moeten vervangen.

We zijn bij het station beland en rijden stapvoets langs het vervallen perron. Het spoor is een moelijke weg voor de vrachtwagen, dus hobbelen we stapvoets voort. Dan worden we aangehouden. Eerst door de lokale chef van de politie. Daarna door de plaatselijke chef van de onatra, die het beheer van spoor moet doen. Dan door de chef van het lokale station – die een vrachtwagen het station binnen ziet rijden, en op hoge poten komt eisen dat het spoor niet als weg gebruikt wordt. Inmiddels worden we omringt door honderden kinderen. Gelukkig begrijpen de chefs vrij snel dat we hier met overmacht te maken hebben – er is immers geen andere weg – en ze staan toe dat we door rijden, mits we tempo maken, want volgens de stationschef komen er twee treinen aan die elkaar op het statin moeten passeren. Ik zeg maar niet dat ik denk dat er al jaren geen twee treinen meer geweest zijn. maar we maken voort. En dan – ineens uit het niets - met de vrachtwagen op het spoor, paniek. Iedereen rent weg – in het wilde weg, weg van het spoor. ‘de trein’ schreeuwt iemand, er komt een trein aan ! help ! Iedereen stuift weg. Jef aarzelt geen moment, geeft gas, en rijdt de vrachtwagen van het spoor in de berm. Ik ren voor de vrachtwagen uit, samen met eddy – die onze beveiliging organiseert en kampioen ju jitsu is van congo. als de vrachtwagen veilig is, slaan we elkaar lachend in de armen. Een tijdej later komt er zeer traag een enkele lokomotief aanrijden. We hebben de vrachtwagen gered ! Als de lokomotief voorbij is, rijden we zelf ook het spoor over en zijn we er, op het voetbalveld waar we gaan spelen. Poef. We bouwen op en spelen voorstelling 84…en de hele dag wordt door iedereen gelachen hoe ik en eddy wegrenden voor de trein en elkaar in de armen sprongen. Aan het eind van de dag rijden we dezelfde weg weer terug, de vrachtwagen hobbelend op het spoor, begeleid door honderden kinderen. Quelle ambiance.


Maandag 28 juni

Al een paar weken schuiven de militaire transporten s nachts de stad in. Ik zit vaak s avonds langs de boulevard lumumba om een biertje te drinken. Op een terras aan de brede vierbaansweg waar altijd iets te beleven is – en omdat het terras bovenaan de heuvel ligt is er een beetje frisse lucht en adem. Het is een aangename plek s avonds, met veel lichtjes, de flanerende jongeren en de voorbijrijdende busjes en gamele auto’s zijn een prettig bewegend decor bij een biertje. Na 22h s avonds komen sinds kort de militaire kolones. Tientallen Vrachtwagens schuiven in het donker voorbij. Soms ook Tanks en personeel. Voor het defilee van de cinquantenaire neem ik aan. Het is niet echt een opbeurend gezicht in dit land.

Het cinquantenaire is de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid. Het regime doet zijn uiterste best de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid een beetje grandeur mee te geven. De wegen worden op het laatste moment gemaakt. De grootste gaten gedicht – en al tien dagen zit de hele stad potdicht met files vanwege de werkzaamheden. Er is niet sprake van enige zichtbare planning, dus alles moet op het laatste moment tegelijkertijd gedaan worden. Tegenover het parlement is een nieuwe snelweg aangelegd – die nergens heen gaat, en nergens vandaan komt, maar waar de tribunes voor het defile zijn geinstalleerd en waar het defile zal worden gehouden – in aanwezigheid van de belgische koning. Er zijn fontijnen, gekleurde lampen, nieuwe parkjes. In een stad die er voor de rest uitziet als een moderne ruine van grijs beton, is het een exhorbitante ondernemening. Aan de andere kant verdient Kinshasa ook wel een plek die er goed uitziet. Gebouwt door de chinezen in een rap tempo, betaald met mijn bouwconcessies, bouwen de chinezen vijf jaar lang wegen, openbare plekken en spoorlijnen. De viering van het cinquantenaire belooft een machtsvertoning van het huidige regime te worden. Op straat varieren de reacties van enorm cynisme tot voorzichtige trots op het schaarse moois dat gebouwd wordt. Hoe negatief de meeste congolezen ook tegenover hun authoriteiten staan, er is toch respekt voor de wegen die er nu worden aangelegd. En iedereen is het erover eens dat het – hoewel t veel te traag gaat – heel erg nodig is. De hoofdstad van de kuilen in de weg, heeft nodig een opknapbeurt nodig.

De verhalen van verspilling zijn weer eens gigantisch. Via via weet ik dat de commissie die de cinquantenaire moet organiseren, aan elke wijk van de stad meer dan honderd duizend dollar had belooft. Dit geld was bedoeld om een week van festiviteiten te organiseren in de buurten, die het grote vijfpunten plan van de president moest uitleggen en verspreiden onder de bevolking. Een festival van muziek en theater, waar wij ook voor gepolst zijn – zonder ooit nog iets te horen. Het geld is ook daadwerkelijk vrijgemaakt door de regering. Maar volgens mijn kennis heeft heeft de wijk uiteindelijk het schamele bedrag van 1500 dollar ontvangen. En dat was het. Ze hebben een lokale muzikant een concert laten geven en toen was het geld op. wat een schandaal. De overige 98500 dollar is rechtstreeks in de zakken van de organisateurs gegaan. Er zijn auto’s van gekocht, lappen grond, huizen. Ik provoceer af en toe schamper dat we vijftig jaar grootschalig stelen gaan vieren, maar dat wordt niet door iedereen gewaardeerd. Wie ben ik om zoiets te zeggen. En prince waarschuwt me telkens dat mijn grote mond me nog eens grote problemen zal bezorgen. Dus ik zwijg bedachtzaam mee met de grote massa. Maar diep van binnen blijf ik me verbazen. Niet dat er één persoon schuldig is aan de miserie. Op alle niveau’s zijn er grondige schandalen. Maar het hoogste niveau is denk ik het enige dat de situatie kan veranderen. ik win dme op over het machtsvertoon van de lokale politie. Eergisteren zat ik s avonds op een terrasje bij de bonhommes het wk te kijken op een televisie. Ploteling was er rumeur. De aanlendende terrassen waren binnen een minuut leeg. Ik zag agenten die tafels omver gooiden. Ik schoot snel mijn auto in en start de motor. Voor mijn ogen ruimen twintig politieagenten op een grove manier de terrassen op – door alle tafels en stoelen om te gooien. Ze maakten zich klaar om te slaan. Iedereen rent weg – zijn drankjes meenemen. De eigenaars van de terassen proberen te redden wat er te redden valt. Wat een brutaliteit. Zonder enige aankondiging. Er wordt gefluisterd dat dit voor de aankomst van de koning is. toen hilary clinton in kinshasa aankwam zag ze iedereen op terassen zitten bier te drinken, en ze schijnt tegen kabila gezegd te hebben dat ze niemand zag werken. Nu worden de terassen schoongeveegd. Is dat de echte reden ?

Een paar dagen eerder zag ik hoe een paar agenten zonder aankonding de stalletjes van de marktvrouwen begonnen om te gooien. Waarom ? niemand kon het me vertellen. zij die bijna niks hebben krijgen de klappen. Waarom ? om de bevolking bang te maken ? een andere reden kan ik niet bedenken. de agenten komen uit net zulke arme families, waarom moeten ze dat zo gewelddadig doen. Vrouwen die hun moeder zouden kunnen zijn, die zich uit de naad werken om nog iets van eten voor de familie te verzorgen. Juist zij worden slagen en beroofd. Tijdens de voorstelling op zaterdag hetzelfde verhaal. Een stel agenten kwam de stallen van de vrouwen omgooien, midden in de wijk, naast de plek waar we speelden. Waarom ? omdat mobutu ooit heeft ingesteld dat er zaterdagochtend collectief schoongemaakt moet worden tot 10h. niemand doet meer mee aan het collectieve werken. Niemand maakt meer schoon. Zelfs de agenten doen niet meer mee. Het collectieve werken bestaat niet meer. Maar iemand die voor tien uur s ochtends gaat verkopen kan wel door politieagenten worden overvallen. Onrechtvaardigheid is best slecht te verteren met geweld.

Maandag spelen we bij eucalyptus. Het zou de laatste voorstelling worden. De hondertste. Maar omdat we een aantal dagen gemist hebben zijn we er nog niet. We hebben 92 voorstellingen gespeeld, op de meest ongelovelijke en bizarre plekken in de stad. Tussen de eucalyptusbomen spelen we vandaag. Al dagen zegt iedereen me dat we vandaag niet kunnen spelen. De belgische koning komt, en de hele delegatie moet langs de plek waar we spelen, en dat zullen de authoriteiten nooit accepteren. Toch hebben we alle authorisaties voor elkaar gekregen. En we zijn van plan het toch te proberen. Als is het maar omdat de authoriteiten een glimp zullen zien van wat we aan het doen zijn. zelfs als de geheime dienst het wil verbieden, zijn ze toch allemaal op de hoogte.

Ik denk niet dat er een ander land op de wereld is waar de komst van de belgische koning enige ophef zou veroorzaken. In congo is het alsof de koning van de wereld langs komt. ik denk niet dat er in nederland bij de komst van de belgische koning een enkele straat zal worden afgezet, nog een enkel evenement worden gestopt. In kinshasa wordt de hele stad stilgelegt.

We bouwen de voorstelling op langs de boulevard. Af en toe komen er al motorcollones langs. Als we net aan het spelen zijn gebeurt het. De politiechef van de regio – samen met de geheime dienst van de president, verbieden de voorstelling op de plek waar we staan. Het zal als een provocatie worden opgevat. En mensenmassa’s naast de weg zijn een potentieel veiligheidsgevaar. De chef van de politie stelt een andere plek voor, twee honderd meter verder van de weg. Er valt niets aan te doen. We bouwen de voorstelling af en bouwen tweehonderd meter weer op. voor het eerst rijden we met podium op het dak met de vrachtwagen. Het is een mooi gezicht. Als we eindelijk spelen is er een menigte van 800 man, die zeer geamuseerd zijn. geen vuiltje aan de lucht lijkt het. Halverwege komt ineens iemand met een megafoon langs en schreeuwt een keer : ‘de koning !!» In een mum van tijd is ons publiek weg en rennen 800 man richting boulevard. De akteurs reageren met grappen, en we leggen de voorstelling stil. Na een tijdje komt het publiek weer terug. Het was vals alarm. we spelen verder. Maar tijdens de voorstelling gebeurt het nog twee keer. Het publiek hoort een gerucht en rent weg. er komt een collone tanks langs. Enorme tanks op vrachtwagens. Twaalf gloednieuwe. Wat moet er met die tanks in een land zonder wegen ? nu goed – met het oog op de toekomst gekocht neem ik aan. Als uiteindelijk de koning echt langs komt, een uur na afloop van de voorstelling, gaat het rap. In twee minuten scheurt de delegatie gloednieuwe autos langs en dan is het weer voorbij.

Dinsdag 29 juni

Voorstelling 94.

Ndjili, een stoffige brede avenue. Tussen twee geimproviseerde voetbalvelden. De zon schijnt medogeloos. Er hangen wat groepjes mensen rond. Vooral jongeren. Wij bouwen op in de vroege ochtend. Een dag voor de viering van de onafhankelijkheid. Ik zit met mijn laptop in de auto. De muziek van de voorstelling speelt uit de luidsprekers… Gloria verzamelt een groep kinderen om zich heen. We wachten op de artiesten. Guy georges belt me dat voor de zoveelste keer de geldautomaat de kaart van de theaterembassy weigert. Ook mijn kaart wordt geweigerd. Geen geld. En toch spelen. Dat is een probleem hier. Ajaj. Zonder geld verandert Kinshasa in een hel. Het zal zich wel weer oplossen. Zoals altijd alles zich oplost. Je moet aleen een eindeloos geduld hebben.

Nog zes. We gaan het echt halen. Honderd voorstellingen op lokatie in kinshasa. Met ontelbare problemen, maar zonder onoverkomelijke. De groep is bij elkaar gebleven. En ze spelen nog steeds heel goed. Er zijn wel allerlei conflicten. En die worden ook steeds groter, de groep brokkelt af. Maar het een groot wonder. Honderd voorstellingen. En dezelfde groep speelt nu als in het begin. we gaan een laatste voorstelling organiseren in een zaal – voor geinviteerden, om de voorstelling door te geven. Het wonder is geschied. Nu nog een groter wonder.

<< news