Deel 8 Project 'basal ya basoba' (22 februari 2010 deel 2) - Guido Kleene vanuit Congo
31-03-2010
Maandag 22 februari
De drukte in.
We zitten nu aan de 27e voorstelling. Al 14 voorstellingen sinds ik terug ben in kinshasa, in drie weken, dus bijna vijf voorstellingen per week. Het is een megaklus. Ik zou het anders moeten uitleggen. Negen lokaties, in negen wijken in twee weken.. Elke keer opnieuw. Lokatie zoeken, de wijk in. Stoffige smerige straten, vol met mensen, die overal verkopen, zitten, hangen, commentaar geven. In camp luka speelden we deze week. Een wijk waar misschien wel driehonderdduizend mensen wonen, met maar een enkele toegansweg, niet geasfalteerd, een zandweg die over de grote begraafplaats van Kitambo loopt, en dan begint de wijk. ik ben hier op lokatiebezoek met prince en maurice. Het is bloedheet, we gaan lopend de wijk in. Honderden en honderden mensen te voet. Geen enkele vorm van openbaar vervoer. Smerige straten, kleine gammele huisjes, veelal van hout, en iedereen roept naar de blanke. Het is de smerigste wijk die ik hier gezien heb. En de moeilijkst toegankelijke. We lopen op goed geluk, straat naar links, nog een grotere vuilnisbelt, dan ineens zijn we bij de markt, een brede straat, duizenden mensen te voet op weg naar nergens. In de verte zie je de stad liggen, de schaarse gebouwen met verdiepingen torenen als trotse bakens in het uitzicht. We houden stil. Links is een grote school en kerk van de katholieke missie. Het enige stevige bouwwerk in de wijk. Daarnaast onoogelijke betonnen huisjes en houten bouwvallen. Hoewel, wat verderop vinden we een drietal bars en dancings, die er zeer welvarend uitzien. In deze puinhoop. Bij navraag blijken het de best verkopende bars van de stad te zijn. Er is blijkbaar niets anders te doen hier dan bier drinken en dansen.. Hier moeten we spelen, het is slecht voor te stellen, maar we doen het. We besluiten midden op straat te gaan spelen, op de breedste weg van de buurt.
Een week later spelen we er, in Camp Luka, de authorisaties geregeld, de service Culture et Arts betaald, de huur van de lokatie(een openbare weg..) betaald aan het ministerie van sport en ontspanning... Hetzelfde ritueel. Zes uur opstaan, kwart over zes wegrijden vanuit het huis in masina, aan de andere kant van de stad. Om half acht komen we aan in camp luka. Overal waar we met de vrachtwagen komen, komen er hordes kinderen op ons af, en nieuwsgierige volwassenen. Sommigen willen dat we voor hun winkel gaan spelen, maar de vrouwen met de martkkramen beginnen al te klagen voordat we ons hebben geinstaleerd. We moeten ze betalen voor verlies van klandizie. We weigeren en zoeken een andere plek. Er is nauwelijks schaduw in de wijk. Het is nu al heet. half acht s ochtends.
Het is moeilijk opbouwen met zoveel straatkinderen om ons heen, telkens een half oog op de kinderen om te zien of niemand iets probeert te stelen. Om negen uur komt de beveiliging en de produktie pas aan – pas op dat moment kunnen we beginnen te bouwen. Veel te laat. Ik wind me op tegen maurice, die altijd als eerste in de wijk moet zijn, om de politie te verwittigen van onze komst, en een aantal agenten te betalen die ons de dag moeten beschermen. In congo betaal je altijd voor alles. Maar geen schikbarende bedragen, voor drie euro heb je een agent, voor twee euro wordt de bende leider je vriend, en voor vijf euro geeft de chef coutumier zijn zegen. (hoewel er nooit over geld wordt gesproken, maar over flessen bier.)
Door de vertraging spelen we veel te laat. Het is afgeladen vol. de hele straat vol met mensen, we houden een kleine doorgang voor de drie auto’s die hier per uur rijden, maar daar staan ook tweehonderd mensen te dringen om de voorstelling te zien. Er komt een auto langs, die zich met moeite door de mensenmassa’s dringt, maar de beveiliging helpt en slaat de kinderen weg met stokken. Ik sta bovenop de mercedes bus – waar we de geluidstafel hebben staan. Toren boven de mensen uit. Achthonderd tot duizend mensen. Dan ineens opschuding – ik zie acht agenten achter me staan, en een man in felgekleurd overhemd die zegt de commandant te zijn – en woedend probeert de voorstelling te stoppen. De agenten dreigen, we leggen de voorstelling stil. Wat is er aan de hand ? de lokale depute provinciaal – een soort provincie parlementslid – wil met zijn auto passeren, en heeft het bevel gegeven de voorstelling te stoppen. Omdat hij niet door de mensenmassa wil rijden. Wat een land. Wij doen hier het werk voor de regering – en de parlementsleden stoppen voorstellingen omdat ze de weg voor zich willen hebben. Quel scandale. Een half uur later kunnen we verder, maar de fut is eruit. We besluiten een voorstelling af te lasten en geheel opniew te beginnen. Aan het eind scandeert het hele publiek ‘toliaka missuni ya batu’ ik ging daarheen(naar de heksenwereld) om mensenvlees te eten, de grap van de laatste scene van de voorstelling. En de dag is weer goed.
Het zijn lange dagen. Als we een voorstelling hebben, zes uur vertrekken, acht uur s avonds klaar. En dan de hele dag werken in de volle zon, het is bloedheet. En na de laatste voorstelling zo snel mogelijk afbouwen, om niet in het donker lastig te worden gevallen door de straatkinderen. Maar het is heel dankbaar. Het publiek is enthousiast. We krijgen bijzondere getuigenissen van kinderen en volwassenen die als kind van hekserij zijn beschuldigd. En veel publiek. In massina tussen de 1000 en de 1600 man per voorstelling. In de wijken met minder ruimte tussen de 600 en de 800. de akteurs leveren topprestaties, in de drukkende hitte en volle zon twee keer achter elkaar spelen, dansen, zingen. Een uur en twintig minuten op volle kracht. Want toneelspelen is hier niet met mate, het is volledig, honderd procent. Niet altijd mooi, wel altijd intens en komisch. Onderling is er vrijwel altijd mot, maar als de voorstelling begint, spettert het. Quelle ambiance… wat een geweldige tournee..
In het huis is het druk, vier mundeles in sans fil…zondag
Dinsdag 2 maart
Geweldige week. Drie zeer goede lokaties. We spelen op lokatie: twee keer langs de weg in Barumbu, volkswijk tegen het centrum aan, in de stof en voor duizenden mensen. We spelen in een grote school in Ndili – k-mu s thuisbasis - met twee maal 1500 scholieren publiek, alleen maar pubermeisjes die helemaaal los gaan - echt een feest. Dansen, gillen, lachen, en de akteurs staan ineens de sterren van de hemel te spelen. Dan op zaterdag, massina quartier 5, ofwel Rail. Op het spoor, want de trein rijdt al een maand niet meer. Een wijk, zonder transport, heel stoffig, heel geisoleerd – een half uur rijden van mijn huis - en heel veel mensen die allemaal het spoor gebruiken als de enige openbare weg. En dan wij – de eerste voorstelling hier in jaren, twee keer volle bak, 1000 man publiek, die eerst argwanend, en gaandeweg zeer enthousiast worden. Quelle ambiance, drie dagen achter elkaar – zware dagen dat wel – twee keer per dag spelen, telkens om zes uur op, om acht uur s avonds thuis. Maar hier doe ik het voor. Dat is me wel duidelijk.
Het zoeken van de lokaties is een belangrijk onderdeel van het succes. Ik begin voeling te krijgen voor hoe ik de lokaties moet zoeken en merk dat ook aan de anderen, ook zij stellen steeds betere lokaties voor..
Zaterdag 6 maart
Bloedheet. Ik zit zwetend uit alle porien op de veranda van het huis van zephyrin. De vader van guy georges. We proberen in de hitte de administratie bij te werken, maar de gedachten gaan niet snel genoeg. Iedereen valt het liefst in slaap. We hebben vanmorgen gespeeld in massina 3, een voorstelling voor een school, 500 leerlingen met uniformen, en nog 400 anderen, waarvan heel veel kinderen. Wat een verschil. De witte uniformen, en de kinderen zonder witte uniformen. Dezelfde kinderen, dezelfde levens, maar geen geld voor school, en hun hele leven niet op school geweest. Dat bestaat hier. In grote getalen. Je ziet ook kinderen die wel de hele dag hun uniform dragen, maar niet op school zitten. Hebben hun ouders geen geld meer ? doen ze alsof ze naar school gaan, terwijl ze niet meer mogen ? of hebben de ouders geen andere kleren ? misschien van alles wat. De kinderen in de witte uniformen mogen in de stoelen, de andere kinderen staan langs de rand. Tweederangs zijn, al op die leeftijd. Ik weet niet of dit mag van kinderbescherming, maar congo beschermt enkel de apen met stropdassen, de klasse van politici, profiteurs, rijken die dit land bestuurt.