home
nieuwsbrief
 

Deel 4 Project 'basal ya basoba' - Briefwisseling Guido Kleene en Lotte van den Berg van OMSK

11-05-2009

Eind april, heeft guido kleene het volgende geschreven:

Woensdag 22 april

De laatste week gaat morgen in. ik vind het nu al jammer en heb weinig zin om weg te gaan, hoewel ik best veel zin heb jullie te zien, en mijn familie en vrienden. Ik had het liefst gehad dat jullie allemaal even hierheen kwamen. Dan konden we een weekend naar het binnenland – naar de Bas Congo. om te rijden ver de enige goed berijdbare asfaltweg die congo rijk is – door de hooglanden met uitzicht over de heuvels die naar angola reiken. om bij de suikerrietplantage te wandelen in de hitte en liedjes te improviseren met Toto en zijn vader – zoals we afgelopen weekend hebben gedaan. Daan, Toto, zijn vader en ‘compagnie’. Bier drinken en liedjes zingen en dansen op straat. ik kan er nu al nostalgisch van worden als het niet zo komisch en zo vrolijk was.
T zijn inspannende dagen. Met de repetites erbij en alle avonturen wordt het steeds vermoeiender. Zo hard werken we niet, maar toch – van 10h30 tot 17 h repeteren in de hitte is warm en veel. We repeteren in de tuin van het huis. door onze repetitietuin komen voortdurend kinderen lopen – of vrouwen de was ophangen. Ook komen er sinds enkele dagen opvallend veel jongedames, goed gekleed, toevallig op bezoek bij de familie in het huis.
Het is dus soms moeilijk concentreren – en je niet te laten afleiden– door de mensen van de straat – door het gepraat van de akteurs, door het jongenjte van twee dat net ‘banjour’ heeft leren zeggen – en niets leukers vind dan ‘banjour’ te komen zeggen tegen de vreemden voor zijn huis.
Ruimte is sowieso een vreemd begrip in congo. Toneelspelen is hier de akteur die doet – niet de ruimte om hem heen. de akteur - zijn lichaam en zijn stem. Alle ruis eromheen filteren publiek en akteur automatisch uit. Het hele begrip verstilling en ruimtelijkheid wordt niet gebruikt. Vandaar dat de akteurs hier prima op de binnenplaats repeteren… er is ook weinig tegen het buiten zijn – het is fijn – maar rommelig. telkens klinkt muziek uit alle ramen, of de buren kijken tv. Geen electriciteit is een zegen. – dan is er rust.
Als het regent, spelen we op de veranda – maar door het geweld van de regen kan je nauwelijks werken.

Er hangt een hitte over Kinshasa de laatste dagen, die je hele gezicht verandert in een waterval van transpiratie. Het is zeer vochtig, en als het een dag niet regent, wordt het lopen overdag zwaar. Voelen de uren lang. krijg je zin om bier te drinken en in een hangmat te liggen.
Vandaag heb ik de akteurs een dag vrij gegeven. Er moet geschreven worden. en gedacht. Twee weken lang hebben we alles wat los en vast zit aan elkaar geimproviseerd. Ik heb gesprekken georganiseerd met akteurs, met schrijvers, met mensen die werken met straatkinderen.,ik heb discussies gevoerd – vaak met mezelf als uitgangspunt – maar ook tussen de akteurs – en ik heb die discussies in toneel proberen om te zetten. Ik heb fysieke improvisaties uitgeprobeerd. De akteurs hebben ochtenden gedanst en gezongen de dansen, populaire liedjes en spelletjes uit hun jeugd laten zien – en de moderne. We hebben interviews bekeken van heksenkinderen. We zijn naar een kerk geweest waar de duivel werd uitgedreven uit heksenkinderen, we zijn naar een feticheur geweest die hekserij bezweert, en de akteurs hebben bizarre improvisaties gedaan om priesters te persifleren. We hebben de roddel en de achterklap verbeeld – en de voortdurende onderhandeling om geld – die alles in congo bepaald. Het is best veel – en tegelijkertijd beklijft er nog te weinig. Ik weet wat ik wil maken – ik heb met Toto besloten dat we een bizarre komedie willen maken – een die de waanzin van Kinshasa laat zien – de overdrijving, de facade die nodig is in deze stad om te overleven. Het is een stad die – van buiten gezien – leeft in de waanzin. Die waanzin is fascinerend en komisch – en uiteraard heel gruwelijk. Het hele verhaal van de kindheksen is een grote tragedie – maar je kan ook de andere kant laten zien – de waanzin die mensen drijft om elkaar af te persen – om iemand te geloven die duivels zegt te zien – en die de hele wereld in termen van geest en duivels interpreteert. Ik heb het gevoel dat ik greep krijg op het materiaal – de kluwen van relaties en afhankelijkheid die het vrijwel onmogelijk maken de authoriteit van een priester direct in vraag te stellen.. het is een complexe materie – en ik zal zeker niet gaan beweren dat hekserij niet bestaat – dat heeft geen enkele zin. Maar ik kan een voorstelling maken die een personage van een priester toont die iemand afperst – en ik kan laten zien hoe iedereen beter wordt van een valse hekserijbeschuldiging behalve het kind. Nu nog de voorstellingmaken. want voor een goede komedie – moeten we vreemde personages en situaties vinden – die we wel vinden – maar de grote lijn is natuurlijk ook een soort tragisch verhaal. nu goed. We hebben veel lol in het parodieren van de pastoors die met het geld van de offrandes mercedessen kopen. Maar er zijn ook werkelijk goede teksten nodig. Goede teksten in een taal die niet de mijne is.
Ik zit dus met een dilemma – nu ik gewerkt heb met improvisaties – heb ik een schrijver nodig die de teksten schrijft. Maar schrijven op basis van een ander zijn improvisaties – ik ken niemand hier die ik dat zomaar toevertrouw –en Toto ook niet, behalve hijzelf dan. Toto zelf kan schrijven – maar ik vraag me af of hij niet te dicht op het materiaal zit.. Bovendien – is toto een dramatisch schrijver ? Goed – we komen er wel uit. Met Toto.
Het is wel lastig dat de teksten in het frans zijn. mijn frans is ok, maar niet zo goed dat ik teksten helemaal kan beoordelen. En ik wil dat de teksten heel goed worden. want juist in congo is virtuositeit in taal waarmee je mensen helemaal dol kan maken en kan overtuigen. De kunst van het woord wordt hier beleden– van het woordgebruik. Je ziet mensen echt smelten door het gebruik van de juiste woorden – verliefd worden op de woorden of respekt krijgen voor iemand – Als je de juiste metaforen weet te gebruiken – of nog beter – met iemand keihard spot door hem met woorden voor gek te zetten, en tegerlijkertijd hem – door het intelligente spel met woorden – in waarde kan laten - dan is het echt feest. Daan is er een meester in. ik leer het ook zo langzamerhand. Nu goed – Dat is precies het woordgebuik dat ik wil benutten.
De laatste jaren heb ik – in mijn toneel- weinig taal gebruikt. En jijzelf gebruikt al helemaal nauwelijks woorden. Je komt snel weer in de taal cliche’s. een verhaal dat je vertelt met taal – een verhaaltje van een familie. Dat soort nuttige vormende onzin. Aan de andere kant – het zijn juist de woorden die het m hier doen. als je wil aantonen dat het beschuldigen van hekserij veelal oplichterij is – moet je de oplichterij van die woorden laten zien. het ultieme bewijs voor de hekserij van een kind is dat hij het toegeeft. Dat de woorden uit zijn eigen mond komen waarmee hij zegt dat hij heks is en mensen eet. Wij zullen dat in het westen volgens mij nooit zo serieus nemen. maar hier zijn de woorden belangrijker dan de feiten. De feiten zijn immers het domein van het onzichtbare – dat per definitie onzichtbaar is en blijft. De woorden zijn de waarheid.

Ik heb dus behoefte aan een gesprek met mijn dramaturg. Die ik niet heb. dus ik zal het in deze woorden proberen te gieten.




Donderdag 23 april

Of er niks gebeurt ? Er gebeurt voordurend wat – ik heb afscheid genomen van F – wat een heel drama was – en wat ik nog steeds lastig vind te accepteren – want ze had wel iets bij me geraakt. Maar ze heeft in mijn huis ingebroken. De hangsloten kapot gemaakt s nachts. Ik denk dat ze er zelf ook erg van in de war was. maar ik zal je dat hele verhaal in geuren en kleuren vertellen – het is niet zomaar een verhaal. ook de nasleep. Want iedereen waarschuwt me – dat de familie en de omgeving wraak kan nemen – of zijzelf. Ik ben dus in een hele soap belandt. Nu goed – je kent me.

Ik ben met Daan en Toto naar de bas congo geweest – een heel weekend. Op bezoek bij de vader van Toto. Zeer leuk – en eindelijk lucht na de uitlaatgassen.

Dan is er het verhaal van – het gerucht. Murphy – een bevriende actrice - vertelde me dat ze een van mijn akteurs over mijn projekt heeft horen vertellen in het openbaar, waar ze toevallig bijzat. Hij vertelde dat hij alleen maar meedoet met de Hollanders om een contract te krijgen –zodra hij het contract binnen heeft, vertrekt hij naar europa en weg is hij. Ik twijfel of hij het echt meent, maar het is wel lastig deze informatie. Het vreemde is dat hij een van mijn leukste akteurs is – en ook nog de meest gemotiveerde.. nu goed.. misschien was het enkel om indruk te maken op de meisjes die erbij zaten – dat kan ook nog. Het brengt me wel in een dilemma..

Dan is er het verhaal van mijn kamer in kauka. Van het water uit de kraan – van de petroliumbrander. Van mijn buurvrouwen. Die mij altijd vrolijk groeten als ik s avonds laat ze wakker moet maken – en sta te wachten in de donkere steeg voor de ijzeren deur – terwijl de ratten wegstuiven richting t riool dat midden door de steeg stroomt. De buurvrouwen die me vragen iets mee te nemen als ik op reis ga – en die mijn huis schoonmaken voordat ik voor het eerst kwam.
En er is het verhaal van guy georges. De nacht van guy en mij rond victoire – toen we om twee uur snachts in de regen van kroeg naar kroeg gingen en heel veel dronken en alleen door de donkere wijk liepen in het donker.
En dan is er het bezoek aan de feticheur in Masina – de armste wijk. Er was een moment tijdens het gesprek dat het praten steeds moeilijker ging. Het moment dat ik mijn gedachten niet meer kon ordenen. En toto ook niet. even voelde ik een onzichtbare kracht tussen ons hangen en begon ik te twijfelen aan de krachten van de magier. Daarna ging het langzaam weg. praten is geld… dus ook de feticheur wil met de blanke praten.. zouden daardoor de woorden ook altijd naar mij toe gedraaid worden ? zouden alle woorden verdraaid worden om ze mij beter te doen toeschijen, de blanke met het geld..

zondag

Het is alweer zondag, ik ben hier nog vier dagen
Waarom hou ik zo van dit congo. ik kan in de spiegel kijken en erg hard lachen. en de muziek horen en mijn glimlach gaat schijnen. Po na nini ? waarom ? geen idee. Het is helemaal zo en niet een beetje. Kinshasa is grave. Mijn leven in kinshasa is grave. Kan niet door de beugel. Is geweldig. Het komt ook door de avonden, het bier drinken, de mooie vrouwen, de mensen met hun onhoudbare openheid en de muziek die maar doorzint en me vrolijk maakt. Tuurlijk er is van alles dat erg is, dat verschrikkelijk is, het leed van de derde wereld, maar ik zie het nu even niet zo erg. Als je erover nadenkt is het problematisch dat hele kinshasa, maar net als met verliefdheid leef ik toch in een soort waas. Je kan hier echt geweldige weekenden meemaken. Gisteravond heb ik gedanst met Daan zoals ik nog zelden gedanst heb – zo veel danslol, een hele kroeg die letterlijk op en neer veerde, mensen die ons bier aanbieden, wij die anderen bier aanbieden, mooie jongens met geweldige kleding die echt zeer goed dansen, een meisje in haar bh die geweldig danst oi oi en uiteindelijk alleen naar huis, maar toch vrolijk en gelukkig.

Vandaag weer zo een dag – met een moeizaam begin, en een zeer mooie wandeling aan de rivier met een soort steen mijn groeve met een onbeschrijvelijke sfeer. Onbeschrijvelijke sferen – ik hoef er niet maar een te noemen. Samen met daan en een vriend gaan we richting westen – op een weg die langs de rivier voert – langs grote vergane scheepswerven en een overwoekerde paleistuin – die weleens bij een van de paleisen van wijlen Mobutu kon horen. Voor t eerst voelen Daan en ik ons onveilig. De weg is verlaten, er lopen af en toe soldaten, en de mensen die we zien reageren wat vijandig. Er staan veel vrachtwagens die hun beste tijd gehad hebben – en die geladen worden met zand en stenen. Er staat een bord – en we rijden een parcelle in. met uitzicht op de rivier. Een baken van rust in de chaos van de stad – maar het voelt als een blankenplek. En we besluiten te gaan lopen.het modderpad af. Al snel geraken we op een grote onoverzichtelijke vlakte , een groot veld puinhoop tot aan de horizon – die nog het meest weg heeft van een mijn zoals je ze kent van de fotos - een mijn in afrika wel te verstaan. – overal zitten groepjes mensen te hakken in de grond, en met het overtollige rivierwater te spoelen. ongeorganiseerd – als een barbecuemiddag in het vondelpark – zonder barbecues – maar met stenen en hamers en gruis. Het duurt even voordat ik begrijp wat al deze mensen doen – op hun zondag. Met hamers slaan ze op rotsen, hakken ze stukken rots uit de grond, die ze proberen te verguizelen door met de hamer erop te slaan. Er zit een vrouw met een kind op de rug. Naast haar een stapetje kiezels. Het resultaat van een hele dag zwaar fysiek werk. Ik ben benieuwd wat ze met zo een stapeltje kan verdienen. Niet veel denk ik.
We lopen verder – langs mensendrollen aan de rivier – langs kinderen die ruzie maken en een paar mannen die een boot hebben. we betalen ze wat en steken de landtong over – in de boot zit een man – die uitstekend frans spreekt en onspannen grappen maakt – en vrolijk met ons meeloopt. Aan de overkant lopen we een stuk door de brouse langs de rivier – hoewel nog geen tien kilometer van het centrum, voelt het als platteland. De enorme rivier moet hier door een kleine doorgang – en het lijkt wel een bergrivier van honderden meters breed, zo woest spring het water op. daan amuseert zich met zijn vrienden – en ik zit op een rots aan het water en denk na. Een keer uitglijden en je ligt in het water – kleine kans dat je het overleeft. Nog vier dagen repereteren denk ik – dus moet ik haalbare doelen stellen voor de repetities. Ik verwoord mijn wensen. Op een of andere manier helpt de tijdsdruk om efficient te worden en het goede te doen. in vijf minuten heb ik mijn programma klaar.


Woensdag 29 april

Zo. Je danse. Ik zit in de middagzon tegen het vallen van de avond. Op het terras waar ik F voor het laatst zag, Je begrijpt dat ik helemaal vol zit met ervaringen, en het genot van het ontdekken en het verder ontdekken heb uitgebuit. Het is een chique terras met palmen en veel groen, op de achtergrond schalt werrason met zijn orkest en de zenuwachtig heen en weer springende gitaarsolo’s. Ondertussen is er ook een live-gitarist op het terras gekomen, die met een donker petje wat valse accoorden speelt volstrekt overstemd door de harde muziek uit de boxen en de hard pratende Congoleze zakenlui. Soms ben je op een plek waar iedereen er goed uitziet. Nu ben ik op een plek waar iedereen eruit ziet alsof zijn laatste hiv fase al lang is ingegaan. De mensen hebben een grijstint die zeldzaam is in dit kinshasa. Het ‘chique’ van de nouveau riche wordt zo mooi gecamoufleert…

Gisteren had ik de inspirerendste repetitie van deze maand. Met de muzikanten. in de repetitietuin.. olga de waanzinnige met haar sjacherijnige blik, wat een stem !! en wat een energie… en dan de andere muzikanten –open gezichten, enthousiaste reacties. Wat een genot om met muzikanten te werken. Opeens komen de scenes die ik gemaakt heb tot leven. Opeens zie ik weer terug waarom ik dit wilde maken, en zie ik dat het goed gaat komen. Fabris is een waanzinnige priester – die iedereen met zijn charisma aan zich bind. Christian is een mooie underdog, die alles aan zich voorbij laat gaan. Toto speelt mooi als verdwaasd kind. En pasco is een heks van een maratre – stiefmoeder. Ze spelen mooi en uiterst komisch met de verschillende lagen, in en uit hun rol. en dansen en bewegen zeer mooi. Goed ; het is een eerste doorloop met de muzikanten, maar je ziet dat er potentie is en de muzikanten en het publiek dat langzaam het parcelle is binnengeslopen zijn erg enthousiast.
S ochtends was het nog een lamlendige nachtmerrie – de aankomst van de muzikanten – te laat – hangerig, zonder doel, - ik vermoed een conflict maar niets wordt uitgesproken - het slomige gehang voor de repetitie, het stiekem blowen achter het geparkeerde wrak achterin de tuin. En mezelf – als enige blankeling tegenover elf opportunistische getalenteerde congolezen die zich in het lingala uitdrukken en mij in een soort raadspel laten, waardoor ik allerlei conflikten vermoedde – maar geen weet heb van de spanningen. Spanningen die ik aanvoelde – en die er inderdaad waren – dat heeft toto me later verteld. Zoals altijd over geld. Congo is congo. Als er al stroom is, bungelt de spanning enthousiast heen en weer tussen 120 en 180 volt. Net als de stemmingen.
Deze repetite had wel veel voeten in de aarde. Gisterenavond heb ik tot twaalf uur s avonds lopen onderhandelen, met olga – de leidster van de muzikanten – over de vraag of deze repetitie wel door kon gaan. Steeds werd het gesprek afgebroken omdat een van ons te weinig krediet op zijn telefoon had om het gesprek af te maken. krediet kopen, verder praten. Ondertussen zat ik bier te drinken op een terras in huilleries – weer een nieuwe buurt. Nog ruiger dan de andere buurten. Smerig. Donker. mooi… en daarna in een zweterig minibusje op weg naar victoire, in de armen van mijn huis in kauka… en ondertussen maar onderhandelen. 220 dollar. nee. ja. Dan niet. kan het niet voor 150. nee. ja. Zeker niet. dan laten we het zitten. moeten we dan met minder muzikanten komen. En wie dan… nee dat slaat nergens op..dan niet..vage stilte… geen antwoord…
Uiteindelijk bel ik toto en zeg dat hij het maar moet oplossen. En hij lost het – als altijd - op. om twaalf uur. Ik adem uit. Gezeten op een schaarsverlicht terrasje in het donker van victoire – tussen de zwervende straatjongens, en vaders en moeders die de straat nog even innemen voor de nacht. Straat is een vreemd woord voor wat het is. Waar ‘straat’ moet zijn, is modder. Waar trottoir is, is vuilnisbelt. Halve stukken weg bungelen tussen de gaten. Als het nog een keer goed regent, spoelt heel kinshasa weg.

Nacht. Na de repetitie en het drinken bij dolf en sylvie van bralima – in de regenachtige nacht zet daan – held – me af in kauka. Er is geen electriciteit. De regen heeft een enorme ravage aangericht. Rondom victoire lijkt de zondvloed uitgebroken. Hele staten zijn volledig ondergelopen, en zijn niet meer te belopen. Het water stroomt huizen en binnenplaatsen in. er is geen enkel licht in de hele wijk. Als rijdens een bombardement in de oorlog. De brug is volledig overstroomd en we rijden door de rivier die al het vuilnis van kinshasa lijkt te willen meenemen. Af en toe zie je nog een donkere schim wegschieten, voor de rest is het verlaten. Met mijn laptoptas schiet ik de steeg in waar mijn kamer zit. Het is pikdonker. Ik voel twee ratten langs mijn benen scheren, uit de riool richting muur. Voor de deur schiet nog een rat weg – het parcelle in. ik sla zenuwachtig op de ijzeren deur. Bonk bonk bonk. Geen antwoord. Kijk om me heen. totale duisternis. De riool is overgelopen. Ik heb het gevoel dat het krioelt van de ratten. Ben bang iemand tegen te komen. Dan schiet de deur open. Een slaperige maman, de buurvrouw, groet me vriendelijk en wenst me een goede nacht. De deur van mijn kamer staat open. Binnen zit een verregende en gedesillusioneerde s in een totaal donker huis. het water van het lekkende dak druipt rustig naar beneden in de wasbak. Een mundele die in kauka woont. C est quel sorcier. Het kost me een half uur om te ontdooien en me op mijn gemak te voelen.


Donderdag 30 april

In de lucht. Nog enkele minuten boven het afrikaanse vaste land. Op reis naar het oude contignent. De klanken om me heen veranderen al. Zangerig arabisch en houterig engels. En af en toe een nederlandse stem. ‘Het schijnt dat er gister een ramp gebeurt is in nederland’ – met zachte g – een seniorenreis naar Marakech. ‘koninginnedag is gister omgevormd tot een nationale tragedie.’ - ‘Waar gaat het met ons landje naartoe.’
Koninginnedag in kinshasa is het moment supreme van de nederlandse ambassade. Het moment van het jaar. Waar de ambassadeurs van andere landen op een grootse receptie worden uitgenodigd, waar de high commissionor van de VN rondloopt – verantwoordelijk voor de grootste VN macht op aarde – die het door oorlog verscheurde oosten enigszins moet beschermen, maar daar totaal niet in staat toe is door een gebrek aan mankracht en daadkracht. Ook zijn er vele Congolose hotshots en elke nederlander op congolese bodem is uitgenodigd. Het is een bizarre ervaring. In de zeer ruime en paradijselijke tuin van de ambassadeurswoning, hartje gombe – op een steenworp van het ministerie van binnenlandse zaken, staan honderden genodigden – in het halfdonker, dat wel - in een groots opgezette tuin. Er klinkt een symphonieorkest. Ik zie eerst niets, maar dan zie ik tussen de palmbomen en de acaccias vioolstokken en vier enorme contrabassen, ik heb vermoedens dat het live is.. en jawel – in een hoek van de tuin speelt een tachtig man tellend symphonie orkest (samengesteld uit leden van de eglise kimbangiste – een grootse congolese kerkgenootschap die al het westerlijke afwijst en zoekt naar een afrikaanse jezus). Deuntjes. Classics from the millions, maar ook het requiem van mozart en schubert. niet onaandig. Mooie jonge donkere muzikanten die weense walsen spelen. En uiteraard – het nederlandse volkslied. Plopmverloren in de afrikaanse nacht gestompt. Ik zal proberen geen uiting te geven aan mijn gevoelens van verwijdering die dit oproept ten opzichte van mijn broederlijke landje. Waarvan ik uiteraard niet moet vergeten dat de belastingbetaler verantwoordelijk is voor mijn loon. Hoewel. Dezelfde belastingbetaler draait op voor deze receptie – die qua kosten gemakkelijk kan concureren met het totale budget van mijn projekt, maar dat tussen aanhalingstekens – ik wil niet de indruk wekken aan het belang van de jaarlijkese koninginnedagreceptie te twijfelen – dat lijkt me lichtelijk naief – in de diplomatieke beau monde die van recepties, ontvangsten, openingen en after dinners aan elkaar hangt, is een koninginnedag een majeure gelegenheid – en van belang voor de contacten. Ik zag het zonder cynisme.
De grote schok moet nog komen. De nederlandse regering heeft in zijn onmetelijke wijsheid besloten dat de viering wel door mag gaan – maar dat er geen alcohol geschonken mag worden. hier in kinshasa – op duizenden kilometers van apeldoorn – in een land waar de gemiddelde levensverwachting in de veertig ligt, met vier miljoen doden door de oorlog in de afgelopen tien jaar – moet het vreemd klinken. de spreker maakt het voor congolese begrippen nog een beetje minder begrijpelijk door het aantal doden te noemen –vijf. Vijf doden in congo… daar zal geen biertje minder om gedronken worden. sterker nog – meer bier. Goed – ik hoef het niet te realitiveren – ik ben hier met toto en fabris om ze aan mensen voor te stellen. De paar mundeles die ik hier ken.
Congolese begrafenissen zijn grootse feesten. Zelden wordt er zo veel gedronken als tijdens een rouw. Afhankelijk van de leeftijd van de overledene – maar alle congolezen klagen over de bizarre kosten voor een dode. Op het nederlandse koninginnedagfeest hangt een vreemde bedompte sfeer. Geen bier in het land waar nederland de grootste bierproducent is. nu goed. Balkenende mag blij zin. Ik klink cynischer dan ik wil zijn. het vervreemdende is dat mijn eigen rechtvaardige gelijkwaardige maatschappij me meer met cynische voedt dan de zeer cynische realiteit in kinshasa. als ik iets heb geleerd in congo, is het geloven in mensen. Het totale gebrek aan media – aan informatie – aan nieuws gevuld met rampspoed, heeft een zeer louterende werking. Hier vind het leven hier en nu plaats. Het nu in het ultieme. Het donkere. Het schoonste. Het nu en het hier. Geen mogelijkheid als een waanzinnige van plek naar plek te vliegen. Als je genieten wil, moet je het hier doen. hier en nu. Oi oi, wat kunnen mensen hier uit hun dak gaan. En bovendien – de wensen zijn voor een groot deel binnen bereik – van de rijken weliswaar – maar ook van een arme die een goede dag heeft. – het paradijselijke is bereikbaar – dansen – bier – muziek – zingen – en mooi zijn en mooi gevonden worden .. erotiek en praten – met zorgvuldig gevormde woorden. Dat alles is bereikbaar – je hoeft er niet voor naar een peperduur feest
Ik sta aan een tafeltje met marloes de briljante, daan en mijn congolese theatermakers – we doen ons tegoed aande hapjes. Dan komt er een seeveerster naar me toe. Ze herkent me van een eerdere keer – bij de bralima – toen ik een praatje met haar maakte en om fufu vroeg. Ze lacht een lach breed. Ze wil met me spelen en flirt tegenover de anderen. Ik zeg dat ze nog maar eens terug moet komen. Als ze weg is – krijg ik een applausje van toto en fabris. Tien minuten op een feest en al binnen. Als we weggaan, staat ze ineens weer voor me – kom even naar de wc. Zegt ze. Weer een telefoonnummer. Een paar uur voor vertrek. niet dat er ooit iets komt van dit spel, maar t maakt wel vrolijk.

Het vertrek

Het vertrek zelf is te poetisch voor woorden. We dansen nog in 24. in cafe dat op het dak gebouwd is – open – met veel lucht en zingende muziek. met daan en de zussen sorcieres – sandra toto pachu en fabris. Hier heb ik vorige week de beste dansavond beleefd in jaren, met congolezen die bijna op de tafels staan te dansen – doen we onze danszin lichtjes over. Druipend van het zweet onderweg naar het vliegveld. Daan en ik pissend langs de weg in de achterbuurt massina. Fabris die een mooi plan vertelt dat hij met jou wil gaan ondernemen, lotte. Daarover later meer.
Het vertrek. ndjili airport. De nationale luchthaven zou gerust tot internationaal museum omgedoopt mogen worden. het is een zooitje. Hangende groepjes militairen – bizarre omkoopsommen – een parkeer plaats bezaaid met gras en een gebouw dat nog uit de koloniale tijd lijkt te stammen. Ik hou wel van deze luchthaven. Het vliegtuig platform is een begraafplaats van vliegtuig wrakken, misschien wel honderd afgedankte toestellen waarvan de nieuwste in de jaren 70 gebouwd moeten zijn en de oudste van voor de tweede wereldoorlog. Een autokerkhof is nog netjes vergeleken bij deze troep. Daan mag eerst niet de vertrekhal in – enkel reizigers mogen naar binnen – een maatregel die nodig was om de drommen mensen op zoek naar bijverdiensten buiten te houden – een paar minuten later zie ik daan hand in hand met de chef politie. Hij heeft de politie weten te overtuigen om met hem en mij bier te gaan drinken. Met vier soldaten/douaniers. Niet naar de officiele bar – die is te duur – ze loodsen ons over het donkere platform naar een hokje waar licht uit komt, en waar twee hoertjes de afwas zitten te doen. binnen een gloeilamp en wat tafels – bier drinkende militairen en twee vrolijke mamans – die fufu klaarmaken en ook wel bereid zijn om achter de schermen hand en spandiensten te verrichten. We drinken. We eten fufu en bitekuteku. En we maken lol. Ondertussen zijn twee van de militairen er met mijn paspoort vandoor – ze zullen de stempels regelen. We hebben ongekend veel plezier – op de plek waar je je gewoonlijk badend van het zweet langs de militairen moet weten te lullen – die alles uit de kast halen om je tientallen dollars armer te maken. met diezelfde boeven zitten we te drinken en hebben we lol. Daan heeft de perfecte strategie gevonden. Als ik tien minuten voor vertrek nog te horen krijg dat het vliegtuig nog niet geland is, besluit ik zelf maar eens polshoogte te nemen in de vertrekhal. Er is niemand meer. Als ik de douane deuren openga – op zoek naar iemand, breekt lichte paniek uit. een paniekerige veiligheidsman schreeuwt me toe dat ik de laatste ben, en dat ik heel snel moet zijn want het vliegtuig gaat vertrekken. rennend door de nacht haal ik mijn spullen in de bar bij daan – en neem rennend afscheid. De douane schurken helpen me en ik mag – tussen de afgedankte boeings 727 en de andere vliegtuigwrakken heenrennend – over het lege platform naar het vliegtuig, dat klaarstaat om te vertrekken. Ik loop onder schaduwen van vliegtuigen door, waar de verf van afbladert – en waar exotische namen dienstdoen als compagnie congolaise d aviation en air bukavu. Onder een van de vliegtuigen staat een militair me op te wachten die me vertrek nog wel wil lastig wil maken. hij gebaard heftig maar ik ren door. En ook hij zet de pas erin – en begint naar me te roepen.. de militair schreeuwt dat hij van de tax contrτle is en probeert me rennend wat geld afhandig te maken – ik kom erachter dat ik inderdaad de recu kwijt ben van de vliegtuigtax – wat normaal tot een gigantisch probleem had geleidt – maar de stewardess van royal air maroc komt me redden – moe van het rennen, laat de militair het maar zitten en ik profiteer van de gelegenheid door tussen de veiligheidsbeamtes heen te schieten.. Ik ren de vliegtuig trap op – het toestel in. terwijl achter mij nog ruzie gemaakt wordt.. gevlucht uit congo – maar wat voor vlucht. En wat voor congo ! quelle vie. Wat een droom leven. De mudele uit kauka.
in het vliegveld bel ik nog mijn vrienden en vriendinnen – Welkom in het land van de boeven. En welkom bij deze mensen die zich overgeven aan het leven, zo intens en ernstig dat ik me ook moet overgeven. Misschien is dat ook wel hechten. Als je niet anders kan, dan je overgeven. Het klinkt hoogdravend, en als ik in nederland terug ben zal het allemaal wel weer anders zijn – maar nu geniet ik van dit ogenblik. En droom ik van een leven als eerste blanke akteur in congo.

Donderdagnacht op vrijdag – onderweg naar nederland…

Ik zit een beetje te slapen in mijn stoel, zo moe ben ik. Boven afrika. vliegend in de tweede wereld. als je het zo mag noemen zonder misbruik te maken van de waarheid. Wat een reis. Wat een ongelovelijk gevoel van geluk heeft dit kinshasa mij weer gegeven. Wat een belevenis. Ik hou van deze stad die me maar blijft verbazen. De uitersten. De plekken.
Ik word overvallen door vlagen slaap die me overmeesteren. Ondanks de koffie. Mijn gedachten praten ondertussen tegen me – zonder ophouden..en ik doe moeite mijn ogen open te houden, want ik wil horen wat mijn gedachten me te zeggen hebben, zo in deze halfslaap. ik vind het wel mooi, deze onderneming, zo in mijn eentje. Ik vind het wel mooi om in mijn eentje in congo een nieuw leven op te zetten – want zo voelt het – deze voorstelling. ik ben een theater voorstelling aan het opzetten – maar ook veel meer. Een echte samenwerking met toto. Een echte langdurige opzet van wat ik aan het doen ben. ik voel hoe de noodzaak in me huist – hoe ik overmeesterd wordt door noodzaak – die me zegt dat wat ik nu doe – in kinshasa – belangrijk kan zijn. Ik voel dat ik met het toneel iets kan, wat ik hier in nederland niet kon. Ik kan me uitdrukken – in een wereld die totaal overhoop ligt en die behoefte lijkt te hebben aan uitspraken. Aan richting gevende woorden. Woorden en beelden die betekenis hebben. hier waar de dood heerst – en de natuurlijke dood niet bestaat – kan het leven alle kanten opschieten – en kan een leven betekenis krijgen. Woorden die raak schieten. Ik geniet van dit leven. Maar dat is te oppervlakkig gezegd. Ik drink dit leven met volle teugen en heb telkens de behoefte er meer van te leven, een stap verder te zetten – een andere hoek in te slaan. Juist zo een beeld – ik die door de straat schiet, die vol afval ligt, met mensen die in de puinhoop een stalletje bij elkaar hebben gescharreld – en ik met al mijn ontwikkeling en goede opvoeding – die me probeer te verhouden tot deze wereld. en ik zie ook hoe de anderen zich tot mij moeten verhouden. ik wordt gekscherend le shegue international genoemd – door mijn vrienden. Door toto, fabris en sandra. Le shegue international – wat iets wil zeggen als een internationaal straatkind. Of zoals toto zegt – un adulte de rue. Ze zeggen het met spot en ook wel met een vreemd soort waardering. ik ben een vreemde eend in de bijt – in de blankenvijver. Als je als blanke in een achterbuurt gaat wonen, moet je wel sterk zijn – denken zij. mijn verblijf is te kort om een echte test te zijn – ik heb geen echt gevaar meegemaakt. maar ik voel me thuis in deze voortdurende spanning. Ik heb geschreven over een congo in staat van ontbinding – een land waar de jaloezie en de corruptie verstikkend werken – en waar de familie vaak meer last is dan warmte. Ik weet dat dit kinshasa geen paradijs is – verre van – en dat ik niet met een roze bril kan kijken naar deze harde werkelijkheid. En toch vind ik hier iets, temidden van de puinhopen, de te dure kleding en het gebrek aan individualiteit – hier vind ik iets wat ik in al die jaren in nederland niet heb kunnen vinden. samenzijn. Samen leven.– de woorden hebben een warme worsten klank waartegen ik me verzet – ik wil geen zalvende pater uithangen – de woorden zijn voor mijn eigen gebruik – niet om anderen te overtuigen.Het gevoel dat je met zijn allen dit leven deelt, dat ik niet alleen op zoek ben naar betekenis. Ik als individualistische, rijke– en hedonistische – blanke eenling in dit hevig ontwrichte land – voel me samen. Paradox. Hier heb ik eindelijk het gevoel dat ik het leven samen kan leven, terwijl ik toch alleen ben.

Ik ga bijna terug – terug naar nederland. Voor mijn gevoel ga ik niet terug – maar vertrek ik. Ik ga weg. weg naar het oude contignent. Om terug te komen. Terug in de puinhopen van kinshasa. Europa als het oude contignent. Het is sinds kort dat ik het zo voel. Europa is een contignent dat voor een groot deel af is – en daarbij ook terug bij af... een wereld die op een mooie manier voltooid is – maar die zozeer zijn eigen geschiedenis roemt, en zichzelf beschouwd als het einde van de ontwikkeling – dat het ten einde lijkt. de modellen van de toekomst verdringen zich ondertussen– en als je lang in kinshasa bent geweest, krijg je het gevoel dat europa, hoe ‘ontwikkeld’ het ook is, geen tussenstation hoeft te zijn richting ontwikkeling en toekomst van andere landen en mensen op deze planeet. de toekomst van de mens zou er wel eens heel anders uit kunnen zien – dan wij vanuit onze evolutiegeloven en vertrouwen op de rationele wetenschap voorspellen. Ik zeg niet dat het beter is hoe het elders is – ik kijk met de blik van een nieuwsgierige.
In zekere zin is onze rationele wereld van het westen erin geslaagd om de mens vrij te maken. echt vrij. En gelijkwaardig. Een grote zegen. de tegenkant is dat het leven verworden is tot een eenzaam machientje in een ontzielde wereld. en de mens is – ook als ik diep in mijn atheistische hart kijk, in wezen toch bezield. Oi oi. Hoe kunnen zulke woorden uit mij komen. Ik – die zo rationeel en atheistisch ben – en met trots atheist. Ik ben tot de conclussie gekomen – dat mensen bezielde wezens zijn – en dat we mensen bezielde levens moeten lijden om gelukkig te zijn… voor anderen klinkt het misschien logisch. Maar ik sta paf. Want ik geloof sterk in wat we in het westen ontwikkeld hebben – de vrijheid en het denken…– ik heb het vaker gehoord, in mijn eigen gedachten, maar vooral van afrikanen. Het is een stem die roept – in het westen is er goed leven, maar leven de mensen niet. zoals in afrika – met alle ellende, armoede en tegenslagen – lιιft men het leven. geheel en vol. Amen.

In gedachten schiet ik nog heen en weer tussen de wijken. Van macampagne naar gambela. Van apocalypse naar massina trois. Van lemba terminus naar yolo. Van bon marche naar huilleries. 24 naar tsjibango. In gedachten loop ik in het donker naar la commune van bandal. Wordt ik plots geroepen door mijn medeshegue. S. Met haar stem die roept. Sorcier ! spottend. Luid lachend. We raken verzeild op een concert met mede shegues. In gedachten dans ik in een kroeg op het dak van een winkel in vingt quatre – en dans nog eens met het mollige meisje in de nachtclub bij de televisietoren – die me haar heupen laat voelen en laat dromen. ik denk nogmaals aan guy georges – met wie ik rustig midden in de nacht alleen over victoire loop, het plein van de dieven en de ellende– of die me midden in de nacht in een taxi zet in lembe. Quelle vie. Ik zal het even moeten laten, maar kan me goed voorstellen dat ik alles ga doen om hier verder terug te komen. Om hier projekten op te zetten en misschien wel lief te hebben. en om het leven te lιven.

Ik heb je teweinig over het werk geschreven. Dat zal ik nog doen – want het was enerverend – en bijzonder. En ik denk dat ik hier een aantal nieuwe wegen in kan slaan. Ik heb het gevoel dat ik hier een ander verhaal te vertellen heb. – een ander verhaal dan de congolezen en een ander verhaal dan in nederland.
dat vind ik ook bijzonder. Een verhaal dat meer diepte kan krijgen door de afstand. En de betrokkenheid. Daarover later meer. Liefs en ik hoop tot gauw. Guido

<< news