Deel 1 Project 'basal ya basoba' - Briefwisseling Guido Kleene en Lotte van den Berg van OMSK
20-03-2009
Momenteel zit Guido Kleene in Congo om in coproductie met de Theatre Embassy de voorstelling 'basal'ya bazoba', een voorstelling over kindheksen, te maken in de sloppenwijken van Kinshasa.
> Volg hieronder de briefwisseling tussen Guido Kleene en Lotte van den Berg van OMSK.
Op 11 mrt 2009, om 16:28 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:
ben je al in kinshasa?
hoe was de reis?
zullen we schrijven?
doe je de groeten aan toto en fabrice!
Op 12 mrt 2009, om 10:46 heeft guido kleene het volgende geschreven:
hoi lotte
ik ben in kin, het is hier goed
ik ga je schrijven
internet is hier lastig, maar het gaat lukken
ik stuur het morgen
mijn tel nr hier is 00243 .........
*liefs
guido
Op 12 mrt 2009, om 10:54 heeft guido kleene het volgende geschreven:
ik stuur je vast een deel, ik ben nu in het internetcafe
vaak geen stroom of geen water....
dus wie weet
check even of er geen virus op het document zit ajb
de reis.doc
Lieve lot
Jezus wat een reis. Mijn lieve jezus wat een goede reis. Ik heb zin je even hiernaartoe mee te nemen, even hier te hangen in ouaga op de binnenplaats, in de smoorhitte die zindert en het leven lamlegt. Nog twee maanden duurt de droge tijd, maar nu is het al ondragelijk. Elke middag stijgt de temperatuur richting vijfenveertig graden. Het was ook zo heet soms in die auto, dat we niets meer konden. Behalve mijn vader dan, die leek op een salamander. Hoe warmer hoe meer energie hij kreeg. Dat was eigenlijk een van de leukste dingen van deze reis. Hoe mijn vader steeds dichter bij huis zich steeds meer op zijn gemak ging voelen. En vooral ook hoe de mensen die we ontmoeten zich steeds meer met hem op hun gemak voelen. Met als hoogtepunt gisteravond, mijn afscheidavond in ouaga. We gingen dansen, mijn vader en ik, in een boite de nuit voor veertigers en ouder. Het zat afgeladen vol, een brede openluchtzaal met krakkemikkige metalen tafeltjes en een achthoekige dansvloer in het midden. Een livebandje speelde klassiekers, afrocubaanse muziek uit de jaren 70 en 80. een mix van buena vista social club en couper decaller. De dansvloer afgeladen vol. oudere paren, vrouwen van veertig, mannen. Iedereen dansde met elkaar. oude vrouw met oude vrouw, een stel, mannen met mannen. In het midden mijn vader. Hij had een groepje mannen en vrouwen om zich heen verzamelt, die hem vol enthousiasme onhaalden. Om en om moest er een in het midden dansen. Een dikke afrikaanse vijftiger greep breed glimlachend het initiatief, en mijn vader in zijn afrikaanse overhemd dansde daarna met allen. de statige dame van zestig die enkel haar billen voorzichtig kon bewegen. de knappe verlegen vrouw die moest lachen om zijn onbeholpen solo. De kale jonge man met zijn scherpe bewegingen. En ikzelf natuurlijk, maar ik hield me een beetje op de achtergrond. Ik wilde kijken, van het moment genieten. We hadden een avond gepraat, en gedronken. Terrassjes met gamele tafeltjes, bandjes die nog voor je spelen en vrouwen en mannen die enorm uitgedonst bier drinken en telkens weer dansen. Het was de eerste avond echt samen met hem alleen deze reis. En we besloten dat het zo goed was. Zo : hij in afrika. ik in afrika. In deze stad tussen de cafeetjes en het stof. We spraken, dronken wijn en aten.. hij zou liever een paar jaar eerder in afrika sterven en tot op het einde kunnen blijven in deze jonge wereld, dan terug naar europa en tot op hoge leeftijd depressief mogen worden. zo ziet hij het. En ik – ik beaam het volmondig. Ik zeg hetzelfde –ook voor mezelf. Ik wil hier zijn. hier in afrika. ik voel me hier goed. Ik heb nu vakantie natuurlijk, dus alle last is van me af en pas in congo ga ik meemaken hoe het is als ik ga werken – ik bedoel – ik hou een slag om de arm – die heb je van me tegoed. Maar het is alsof er een last van me afvalt als ik hier ben. ik weet niet waarom. het zal met alles te maken hebben. Het zal met het reizen te maken hebben. Ik heb zin om te trouwen en kinderen te maken en van het leven te genieten hier. Ik vind de mensen zo leuk. Ik voel mezelf vrij schuchter in nederland. Maar die afrikanen hebben zo iets communicatiefs – die zijn zo sociaal dat ik overal contact kan maken. ik maak overal een praatje. ik kan eigenlijk altijd een beetje rondhangen. elk ongemak wordt aangenaam. ik vind dat er buitengewoon weinig irritaties is, weinig somberheid. Vitaal. Zo spontaan. Zo vrolijk en eerlijk. Mensen zijn. ze zijn. ze leven. ik ben. hehe. Wat een zin. Ik zwem als een vis door de stad.
Wat een reis. Ik heb veel geleerd. Ik kon je niet steeds schrijven want er was de rust niet. geen rust om na te denken, ik vond het meer een oefening in zijn. onderweg zijn. met alle schoonheid en alle ongemak. Vier mannen op reis. Eindeloos gesprekken. Ik denk dat het voor ons alle vier heel bijzonder was, om volstrekt andere redenen. Ik was blij dat manuel mee was. met manuel kon ik hangen leren. Manuel kon me laten zien hoe je met de mensen die om je heen zijn een band kan maken. te accepteren, dit zijn ze. Ook al zijn het op het eerste gezicht vervelende verkopers, of een gids die niet wil. Het ijs breekt als je oprecht bent. Als je blijft als andere boos weglopen. Als je iemand in zijn waarde laat die je irriteert en dan zegt. Ik was blij met mauel met wie ik kinderachtige spelletjes kon doen. en ik kon me soms irriteren aan hans, onterecht waarschijnlijk, maar soms ken je iemands makken zo goed. Maar ook was ik blij met hans zijn determinatie. De serieusheid waarmee hij de film maakte. Hans was eigenlijk de hele reis aan het filmen. Ik vond dat voor hem wel jammer, maar blijkbaar wilde hij het niet anders. Hij had besloten deze reis door het oog van de camera te beleven. En met ons. Niet zozeer met de mensen die we ontmoeten. Misschien kon het ook niet anders.
Voor ons was het in ieder geval bijzonder. Onze hele reis is daarmee gedocumenteerd.
Ik kan je veel schrijven. Dat begrijp je. Ik kan overal beginnen. Vier mannen met een grote geliefde in een busje door het contignent. vier mannen met hun eigen twijfels en problemen, die hun levens in europa niet op poten weten te krijgen en het elders zoeken. Of het geluk elders vinden. Of vier mannen met zwarte jonge vrouwen. En dan al die contrasten. Manu die net komt kijken wat afrika betreft, maar alles in zich opneemt en over veel dingen hier al meer weet dan wij allen bij elkaar. ik die op weg ben naar een ander avontuur. Hans met zijn liefde en twijfels in Kameroen.
Hoe kunnen mensen zo open en zo spontaan zijn. zo hier en nu. Zo zonder vooringenomenheid en zo onvoorwaardelijk. Geef mij een antwoord, ik weet het niet.
Door de sahara en door het woud. Ik heb nu de sahara doorgestoken. In het midden. Ik vlieg nu over het woud van congo. misschien nog wel onbegaanbaarder. Misschien moet dit de volgende reis zijn. het bos doorkruisen met een piroge en een paar droge schoenen.
Ik weet niet zo goed wat ik verwacht had. Als altijd vertrok ik weer in een enorme puinhoop. Op het laatste moment de hele wereld nog moeten omploegen. Het afscheidsfeestje was erg leuk. Daarna nog afscheid van monika. een paar uur slapen, en dan met transavia tussen de jonge ouderen naar malaga. Niets wees erop alsof het het begin was van een grote reis. En dat bleef wel even duren. Vertrekken in winter heeft iets abnormaals. Je krijgt een zon die nog niet verdiend is. je lichaam blijft zich nog schrap zetten tegen de kou. Je bent nog gesloten, in jezelf gekeerd.
Af en toe moet ik je iets vertellen wat ik zie. Ik zit in het vliegtuig naar kinshasa en zie ver onder mij de congo stroom. Sinds een uur vliegen we over een blauwgroen tapijt van boomtoppen. En dan nu ineens een wijde bruine modderstroom vol eilanden. De congo rivier of een van zijn zijtakken. Tien kilometer beneden ons ligt het einde van de wereld. In het vliegtuig het moderne congo. ik moet stil lachen om de collectie van gouden broeken en donkere t shirts, een man in vlekkeloos wit pak zit voor me, met een gouden t shirt en een zonnebril. Hij is overigens heel vriendelijk. Daarnaast donkergekleurde basebalpetjes en jean combinaties die bij de tropen horen. Het is een karikatuur van het afrika waar ik vandaan kom. West Afrika, met zijn gematigde islam, de stad die een dorp is gebleven, de rust en de hitte. West Afrika is trots, dorps, onvoorstelbaar vriendelijk en met een beheerst en bescheiden zelfvertrouwen. Het bestaat, als je mijn indruk op een kaart zou moeten weergeven, uit gezichten. Uit mensen. Uit de warmste vriendelijkste en eerlijkste mensen die ik ken. Het landschap is bescheiden. Een langgerekte dorre vlakte vol struikgewas met af en toe wat bomen en een dorp. Het leven bestaat er uit samenzijn.
Goed – terug naar het begin. Ik kom aan in Malaga. Mijn vader heeft – samen met Anne Marie – een piepkleine vriendin van hem die in Montpellier woont en het eerst stuk van de reis tot Alicante meereist – een appartement voor twee nachten in Torremolinos gehuurd. In gedachten had ik twee dagen rond te dwalen door Cordoba, alvorens de echte oversteek te maken naar het moorse rijk, naar algerije. maar goed. Alle verantwoorde culturele uitstapjes meteen in de prullenbak. Op naar het seniorenparadijs. Mijn vader en anne marie zijn moe, ze hebben drie dagen achter elkaar gereden in de bus – over kleine weggetjes van montpellier naar malaga. Ze moeten uitrusten. Dus zit ik een dag in de zon op een terrasje aan zee mijn werk af te maken. Het is bijna 18 graden, af en toe neem ik een duik in de ijskoude zee. het is al bij al prima, de mensen erg vriendelijk. De rust een zegen. S avonds eten we in een cafeetje in malaga en ga ik op zoek naar een muskietennet voor onderweg, die in winters spanje volledig onvindbaar blijkt. Het lijkt wel vakantie.
De vanette heeft zich goed gehouden en zit overvol. Wij wennen aan elkaar. ik en mijn vader. Ik moet wennen aan zijn comfortabele traagheid. Hij aan mijn koorts om door te gaan. Het is totaal onwerkelijk dat we de woestijn willen doorkruisen. Ik maak een foto van mij en mijn vader op het strand. Hij rillend in een dikke bordeaurode trui staande op het strand van torremolins, op de achtergrond de flats voor de touristen, ik in mijn zwembroek net uit de zee. zo ver zitten wij nog uiteen.
Op donderdag rijden we van malaga naar alicante. Vijfhonderd kilometer over een prachtige kustweg. We eten en zwemmen aan het strand, we lopen een uurtje door de bergen, en mijn vader becommentarieert de irrigatiewerken. Overal zie je plastic kassen, waar aan tuinbouw wordt gedaan. De provincie die dertig jaar geleden de armste van spanje was, en die zich kon meten met afrika, is nu een van de rijkere regios. Mijn vader is vol lof. En hij begint zijn landbouwkundig commentaar alvast, wat hij de hele reis zal volhouden. Een rijdend college in plantennamen, grondsoorten en erosieproblemen. Als een tweede natuur die telkens weer de kop op steekt en ons tijdens de hele reis niet meer zal verlaten. Vraag het maar aan manuel. Als geen ander weten we de Acacia Senegalesa te onderscheiden, of een tekening te maken van een irrigatieveld op een laterietplateau. Het heeft ook iets geruststellends, dat er mensen zijn die gewoon veel ergens van weten. En niet zoals wij – zogeheten kunstenaars – prutsers zijn zonder vak.
In het begin ben ik met een zonderlinge man op vakantie. Een vriend, een eenling. Twee eenlingen. Ergens tijdens de reis verandert het, wordt hij ineens mijn vader. Heel vanzelfsprekend. Heel onnadrukkelijk. Heel onverwacht. Ik weet niet wat doorslaggevend was. of ik me ineens als zoon ga gedragen, of hij zich als vader. De recalcitrante zoon en de charmante vader. Later bedenk ik me dat hij gespannen was. ik had het niet zo door, maar mijn vader was behoorlijk gespannen voor deze reis. Hij vroeg zich af of hij het wel aankon. Of het niet te zwaar zou zijn. laat staan alle gevaren.
misschien dat op een gegeven moment het niet meer uitmaakt wat je doet, maar dat de omgeving je definieert. in zwart afrika ben je wie je bent. Ben je de zoon van je vader, niet de theatermaker uit nederland.
En zo voegen we ons langzaam in onze rollen, maar nu nog lang niet.
We zijn nog in spanje. Tussen de opgewekte vijftigers die overwinteren in de zon. Vrijdagochtend haal ik Hans op in Alicante. Hij komt aan met transavia, en ziet er zeer vermoeid uit. Hij heeft geen seconde geslapen en is duidelijk toe aan rust. Hij heeft de hele nacht muziek gebrand om muziek te hebben tijdens de reis. Na twee dagen Algerije begeeft onze geluidsinstallatie het al, dus veel lol hebben we er niet van gehad. Totdat we in Niger zijn en Manuel tot zijn eigen verbazing de geluidsinstallatie zonder inspanning weer tot leven wekt. Maar dat terzijde.
We doen inkopen bij een hypermarche – twee weken eten als er iets gebeurt tijdens de reis.
Als annemaire vertrokken is met de trein en we naar de haven rijden begint onze reis. We rijden de haven in – waar alles nog uiterst overzichtelijk is, en belanden in de overvolle rij voor de ferrie naar Algerije. honderd overbeladen autos en busjes, vol snordragende algerijnse mannen en af en toe een gesluierde vrouw. Onze vanette valt totaal niet op tussen deze verzameling schroot. En is opvallend licht beladen vergeleken bij de rest. de aankomst is volstrekt chaotisch. Niemand vertelt dat je een instapkaart moet halen, dus we belanden pas in de rijen als de rest al binnen is. de ferrie zelf is al als Afrika. Het busje voor ons heeft al een lekke band als hij de ferry oprijdt, dus moeten we wachten hoe hij zijn band vervangt. In het autodek houdt iedereen zijn motor lekker draaiiende, zodat het zwart ziet van de rook. We sluiten snel de auto af en gaan op zoek naar onze hut. hoewel de overtocht schreeuwend duur is, lopen de toiletten al over voor vertrek en lopen de kakkerlakken tussen de stapelbedden. Vier krappe bedden in een kajuit midden in het schip. De boot zelf heeft de sfeer van een verlopen huwelijk aan de kaspische zee –louter mannen. Een grote kantine met tafels in rijen en algerijnse muziek. Troosteloos. De gangpaden zitten verstopt met mensen, het lijkt wel of iedereen alleen maar in de gang wil zijn. op de grond slapen mensen, in hoekjse verzamelen mannen zich alszof ze druggstransacties ondernemen. De nacht is kort. de volgende ochtend komen we aan in algiers. In de eerste zonnestralen zien we de stad die ik enkel ken van de bomaanslagen. Het ziet er van ver uit als een mediterrane hoofdstad aan zee, statige gebouwen. Kleine straatjes. Een bunker van steen.
op 15 mrt 2009, om 21:30 heeft Lotte van den Berg het volgende geschreven:
lieve guido
waar beginnen?
vrijdag avond laat thuis. houthakken voor in de kachel. overenthousiast een beetje. overmoedig ook misschien. in ieder geval vol energie. en onvoorzichtig waarschijnlijk. er vloog een stuk hout recht omhoog. tegen mijn oog. moet een rare knoest in het hout geweest zijn. ongelooflijk harde klap tegen mijn wenkbrauw. moest gehecht worden. eerste hulp midden in de nacht. nu twee hechtingen boven mijn rechteroog. zonder verdoving. voel me een zeerover. gehavend en gelukkig.
er gebeurt veel. we bouwen een huis. een werkplaats. een zaal. het is geweldig. veel mensen over de vloer. zoete inval van nieuwsgierigen. het vertelt zich rond. daar in het energiehuis zijn mensen aan het werk. er staat iets te gebeuren. afgelopen donderdag plots twee vrouwen uit kinshasa aan tafel. toeval eigenlijk. ik neem morgen weer contact met ze op. ze willen graag meewerken en voelde zich gevleid toen ik vertelde over onze plannen volgend jaar en jouw werk in kinshasa nu.
boven hebben we vier kleine studio’s gebouwd. om te werken, schrijven, tekenen, denken. woensdag was nathalie hier. in de eerste studio na de trap hebben we de nieuwe montage van enfants sorciers bekeken. het wordt mooi. ben benieuwd wat je er nu van vindt. meer aandacht voor de ontwikkeling van de verhalen. minder verschillende lijnen door elkaar en dus meer tijd om in te voelen, te begrijpen. nog altijd laat de film je in verwarring achter. het blijft onmogelijk te geloven dat deze kinderen werkelijk geloven in hun eigen hekserij. dat ze mensenvlees eten en rondvliegen op pindaschillen. en nog moeilijker is het te begrijpen dat de volwassenen misbruik maken van dit fenomeen, van dit geloof. het zelfs creeeren, groter maken. de mens heeft de imaginaire wereld nodig om zich aan vast te houden en zich te wapenen tegen de realiteit. zoveel is duidelijk. ik laat de film snel aan de anderen zien. ’s avonds vaak film-avonden in het buurtcentrum waar we slapen. een kleine lege theaterzaal met blauw linoleum op de vloer is nu de bioscoop.
het voelt vaak alsof ik op reis ben. neem me steeds weer voor om ’s avonds gewoon naar huis te rijden, maar wegens wijn, goede verhalen en tot diep in de nacht doorwerken blijf ik dan toch meestal in dordrecht slapen. de volgende ochtend onderbroeken kopen bij de zeeman en tandenborstel lenen van ank. ik ben graag overal.
het ontroert me, te zien wat thuis betekent voor mensen. voor mezelf. en ik vind het geweldig een gastvrouw te zijn. de deur open doen en welkom heten. er is altijd koffie en iets te eten. mensen blijven hangen. gaan liever nooit meer weg. en ondertussen werken we. website in aanbouw al de lucht in. tekeningen, foto’s, beelden overal in het gebouw. nog te monteren film in de computer van willem. over een paar weken de eerste voorstelling.
ik dacht een tijd lang dat reizen alles was en besef me nu hoe heerlijk ik het vind een thuis te hebben. raar. ja. dat vind ik ook. maar goed. een thuishaven. om weg te gaan en terug te komen. een plek waar je mensen kan uitnodigen. een plek waar anderen naar toe kunnen reizen. toto en paco misschien. jij ook.
vorig weekend african night in arina’s. daouda had me uitgenodigd. hij komt uit ouaga. toevallig? een hele lieve en betrouwbare man. ik ontmoette hem in de stad. zomaar. hij zat koffie te drinken in een diakonaal van de kerk, voor mensen die verlegen zitten om een praatje. ongelooflijk hoeveel van dat soort plekken er zijn. overal buurtwerk en aandacht. teveel? ik loop de laatste weken overal naar binnen. om te kijken, mensen te ontmoeten, contacten te leggen. en daar zat daouda met een antilliaanse vrouw. binnenkort neemt hij me mee naar congolese mensen thuis in dordrecht. de african night was een beetje treurig in t begin maar rond een uur of 2 was ik dan toch even echt in afrika. jeffrey, een jongen uit nigeria, sleurde me de dansvloer op en ik ging uit mijn dak. volledig en ongegeneerd. ook in nederland kan je de afrikaanse mannen shockeren en gek maken. dat weet ik nu. romolo, een cubaanse neger, waarschuwde me. be careful. everybody wants to eat you. hij ook. ben alleen naar huis gegaan. vrijdag weer een feestje.
hier in nederland nu iedereen gek van crisis. de rampspoed wordt zoals altijd gekoesterd. iedereen alles en overal spreekt over recessie en ontslag. mensen zijn bang denk ik. dat ze in armoede leven moeten. en dat ze het niet meer kunnen waarschijnlijk. dat ze er achter gaan komen dat hoogmoed inderdaad voor de val komt. en wij niet alles weten kunnen en bepalen. een luchtbel ontploft. kapitalistisch ideaal gebroken. zo voelt het echt. is wonderlijk zo’n keerpunt. vaak krijg ik het gevoel dat het alleen in de hoofden van mensen bestaat. de koersval reageert op twijfels en niet andersom. plots verloren we onze hoop. ben benieuwd waar dit naartoe gaat. romantische visioenen van mensen dichtbij zichzelf, de aarde en elkaar liggen voor het oprapen. nog meer achterdocht en wantrouwen is ook goed mogelijk in tijden van schaarste. maar zover is het nog lang niet. voorlopig vrezen we voor een val van de economie naar het niveau van 2006. en of we ons daar nu werkelijk zulke grote zorgen over moeten maken…..
lieve guido. ik vond het heel fijn om te lezen over de reis met je vader. dat jullie langzaam vader en zoon werden ontroerde me. ik kan me er wel iets bij voorstellen. ik nu hier in herwijnen, wonend vlakbij mijn moeder. voortdurend verzet ik me tegen de afhankelijkheid die ik voel. nog altijd ben ik op een rare manier een puber dochter die zich los vecht en zelf alleen en onafhankelijk wil zijn. de druk om iemand te worden, een individu te zijn, is ook mij niet vreemd. rijdend door de woestijn, in een land waar een familie het enige is wat je hebt, weer zoon van een vader en dochter van een moeder zijn. mooi. vanmiddag samen met mijn moeder in de tuin gewerkt. graspollen getrokken en aardperen geplant. de krokussen bloeien.
hoeveel mensen denk je dat we mee moeten nemen volgend jaar? zullen we als je terug bent in mei een eerste overleg plannen? wie zal ik uitnodigen? kunnen er kinderen mee naar kinshasa of is dat echt onverstandig? heb jij al een productieleider aldaar?
nog altijd een beetje jaloers op jouw daar zijn in hitte en chaos. maar heel gelukkig hier. met liefs!
lotte
Op 16 mrt 2009, om 11:09 heeft guido kleene het volgende geschreven:
lieve lot
ik ga je brief lezen zodra ik hem kan downloaden
voor het gemak graag ook in een mail, downloaden in de cyber is niet altijd handig hier
en je kan beter ook naar dit adres forwarden
hotmail werkt in congo slecht
lfs
guido
kinshasalotte.doc
Lieve lotte
Daar ben ik dan. Terug in mijn heimat. Weg is het rode stof uit de woestijn. Hier ben ik. In kinshasa. de hoofdstad van de grootste puinhoop op aarde.
Ik ben hier nu ruim 24h. en het is weer alsof ik niet weg ben geweest. Het is dansen in een minibus door de puinhopen van straten, waar de regen enorme modderpoelen heeft achtergelaten en waar de hele stad aan het eind van de dag aan het bier gaat. hoofdstad van het hedonisme. Hoofdstad van de waanzin. Ach, het is ook gewoon kinshasa, waar iedereen vooral knap wil zijn, en creatief, en het goed wil hebben. Hier niet de weldadige rust van west afrika, waar trots heerst en beheersing. ik kan je de aankomst op het vliegveld alleen al beschrijven. Maar je zal denken dat ik in een jungle ben aangekomen, in een wild land waar het nauwelijks te overleven is, maar dat is ook niet waar. Nu ik uit west afrika kom, begrijp ik ineens dat jij met een andere blik naar kinshasa keek dan ik, toen je hier voor het eerst kwam. Voor mij is het de hoofdstad van een magisch land, van een land waar de mens in volstrekte anarchie leeft, en waar de verhalen belangrijker zijn dan het leven of de rede. Maar ook Kinois zijn niet gek. Voor jouw was kinshasa een smerige overvolle stad. Waar ik de geesten denk te zien in de nacht, ziet een ander smerige uitlaatgassen. Waar ik kindheksen zie rondvliegen, ziet een ander de tegenkant. Een land dat zijn tradities te grabbel heeft gegooid voor een goedkoop soort kapitalisme.
Ik ben als altijd verward en blij hier te zijn. Congo heeft de nieuwste Afrika cup gewonnen – een nieuw tournooi waaraan geen voetballers mogen meedoen die in europa spelen. Gistermiddag zou het winnende team aankomen in kinshasa, ongeveer gelijk met mijn aankomst uit Ethiopie. ik stapt uit het vliegtuig in een aangename vochtige hutte. Op het vliegveld zelf heerst een enorme chaos, die weliswaar is afgenomen in vergelijk met vroeger, toen ook het platform helemaal vol mensen stond, die met of zonder uniform bagage open maakten en paspoorten innamen. Maar nog altijd is het een mierennest van mensen in uniform en zonder uniform, die zich overal mee bemoeien. Die paspoorten innemen om geld te vangen, die de begageband oplopen, of onder de bagageband door de bagage doorgeven. de hoogste soldaat staat op de grootste koffer– dat is de enige manier om nog overzicht te houden. Ondertussen maken alerlei mensen ruzie en trekt iedereen aan de koffers. Af en toe lukt het een politieagent de passagiers of de militairen in een rij te krijgen, maar binnen de kortste keren is het weer een puinhoop. Geen enkele regel is heilig. Daarom zijn er zoveel militairen, alsof dan de kans kleiner is dat iemand erdoorheen glipt. Bij de bagagecontrole staan twaalf douane mannen in een koffer te graaien. Als ze mijn rugzak zien, kom ik er zonder problemen langs. dan naar buiten. Groepjes mannen hangen rond in een vrij leeg parkeerterrein. Maar dan erbuiten. Misschien wel tienduizend jongeren staat te juichen aan de rand van het vliegveld. Ik kom in een moeizame onderhandeling met een taxichauffeur – die vijftig dollar wil om me mee te nemen. hij zegt dat het buiten gevaarlijk is. ik zie de totaal chaotische menigte en besluit hem gelijk te geven – voor twintig dollar dan. We rijden met zijn taxi de menigte in. tienduizenden jongeren – de een nog jonger dan de ander – in lompen, juichend, rennend, proberen zich op elk langsrijdend voertuig te storten. De chauffeur rijdt veel te hard de menigte in. ondertussen slaan de jongeren met vuisten op de auto. Anderen hangen aan de ramen of aan de achterdeur. We blijven rijden, maar incasseren nog steeds klappen. Gelukkig zijn de ramen donker, als ze zouden zien dat een blanke in de auto zat, zou het nog erger worden. schoppen, klappen op het metaal. Mensen die aan de deurportieken rukken. Kinderen nog, maar met macht. De hele weg van het vliegveld naar de stad blijft het zo. Overal groepen opgeschoten jongeren. Die joelend op straat hangen. En menig voertuig hebben ingenomen. We rijden langs een vrachtwagen, waar honderden jongeren zijn ingeklommen. De chauffeur is gevlucht. Ik kan me ineens iets voorstellen bij de angst voor de sheges. Voor de straatkinderen die de stad onveilig maken. wat een aankomst. Dichter bij het centrum wordt het rustiger. Het vliegtuig met de spelers schijnt pas morgen aan te komen. Dus morgen nog zo’n dag. Het huis van daan is de rust zelve. Ik doorkruis de stad met guy georges. ik beleef een wilde nacht, want dit is kinshasa. dat is ook de reden waarom deze stad me zoveel doet. het is hedonisme – dat zeker – of leven op de rand van de waanzin. Maar we met stijl. Ik ken geen stad met zoveel mooie mensen. Sexy vrouwen die confronterend naar je kijken. Niet de bescheidenheid van ouagadougou. Hier is alles te koop. Ik geef toe. Ik hou van dit kinshasa. t is onuitputtelijk ordinair en kapitalistisch, maar ook creatief, eigenzinnig en zelfbewust. Niemand zal hier voor de blanke buigen. Ik ben de enige blanke in de stad. Zo voelt het. Het zal niet zo zijn, maar vandaag ben ik de hele dag in de cite geweest, en heb honderdduizend mensen gezien, niet een blanke. honderdduizend omdat ik bij het concert van werason ben geweest. De grote held van de sheges, de grootste ster van congo, die zingt voor de winnaars van de voetbalcup. In het donker. Met straatlantaarns die telkens uitvallen en duizenden mensen die naarstig heen en weer gaan. Iemand loopt ruw tegen me op, ik voel een hand graaien in mijn achterzak. Voor het hoogtepunt ga ik naar huis. het lijkt me niet de beste plek om te in het donker zijn. tussen de feestvierende straatkinderen. Kinois zijn creatief. Het zijn geen denkers. Ze zijn artistiek, kijk maar naar de verhalen van de kindheksen. Congolezen willen geloven. Het wordt superspannend hier een voorstelling te maken over dit onderwerp. Het voelt ook vreemd, als buitenstaander, je op zo een gevoelig pad te begeven.ik hou je op de hoogte. Tot snel
guido
Op 18 mrt 2009, om 18:20 heeft guido kleene het volgende geschreven aan debbie (theare embassy)en lotte in cc:
kinshasapraktisch.doc
Ik schrijf je even thuis op mijn laptop, want in het internetcafe gebeuren de raarste dingen met je documenten, er is heel vaak een coupure, de electriciteit valt uit, van dat soort ongemakken. dus ik neem mijn tekst mee naar een internet cafe en probeer hem daar te sturen...ja ja het is allemaal mogelijk
Hier gaat het goed, ik heb me een beetje geinstalleerd en ben bezig het projekt op poten te zetten
het is hier geweldig vind ik, al gaat alles op zijn eigen tempo, is het vervoer door de stad een eindeloze bezigheid en ben je blij als het s avonds koel wordt en je bier mag drinken en op een terras zitten. de altijd doorzingende soukous maakt veel goed, en ook de congolezen die voor de rest knettergek zijn en als ze het niet zijn, dan vinden ze wel dat ze het moeten zijn...
ik geef je even een produktieupdate met een paar vragen
ik heb net een produktieoverleg gehad met armand van oser la vie en toto en guy georges
armand is een erg praktisch iemand vind ik zeer prettig
Het vinden van een goede produktiepersoon is niet makkelijk. Er dienen zich wel allerlei mensen aan, maar ik heb niet echt een idee dat er iemand specifiek al is die al dat werk zou kunnen doen.
Toto heeft zelf een assistent, guy georges – die ik ook ken en die zeer aardig is en slim, maar onervaren en nog niet doortastend. We laten hem inmiddels allerlei werkjes doen, want er moet van alles uitgezocht worden.
armand heeft iemand voorgesteld die de produktie van theatre de poche heeft gedaan over enfants soldats = eeen voorstelling die in heel congo heeft gespeeld
dat is misschien een goed iemand die ik maandag ga ontmoeten
We zijn met veel verschillende dingen bezig : een samenvatting
casting van de acteurs
We hebben gesprekken met acteurs, en we houden volgende week woensdag een hele dag workshop/auditie
er zullen ongeveer 30 akteurs en muzikanten aan meedoen
allemaal geschoold aan lina, van de muzikanten een aantal rappers/ hiphop en zembe = de nieuwste vorm van ndombolo
Dit doe ik samen met pasco en toto
Ik wil werken met pasco toto en fabris, en we zoeken nog een of twee akteurs
Ik zoek ook iemand van het theatre populaire – dat is de soap= waanzinnig populair hier – dat zal zeker de bekendheid van de voorstelling vergroten en zeker een grote impact hebben op de publiciteit
een kunstenaar heeft me dat aangeraden = als je wil spelen in de echte arme wijken, waar de noodzaak voor zo een voorstelling het grootst is, dan is het goed om met zo een naam te komen, en een van de voorstelling een komedie te maken, of minstens een tragikomedie. dat idee spreekt me ook erg aan, hier in kinshasa een zielig verhaal vertellen over een arm kind, heel simpathiek allemaal, maar ik denk dat het de kinois niet echt zal bereiken.het leven is heir al zo hard, je zal moeten choqueren, je zal moeten amuseren, je zal iets heel vreemds moeten laten zien;... toto en ik zitten wat dat betreft op een lijn...
ik denk ook dat we ons moeten laten sponsoren door bralima, de grootste bierproducent. het is eigendom van heineken, ik heb morgen een lmunch met de nederlandse vrouw van de tweede man. zij heeft een stichting opgericht die allerlei charitatieve dingen doen, de fondation bralima, misschien kunnen we wat met hen organiseren
er is ook een docu bij rtl 4 over hen gemaakt, wordt volgende week geloof ik herhaald
zoektocht naar geschikte muzikanten
ik ben aan de grote zoektocht en ontlmoetingen tocht begonnen
via via zoeken we muzikanten en bezoeken we muziekrepetities . Het is niet simpel, want er zijn duizenden muzikanten, maar nauwelijks geschoolde, en iedereen zegt alles te kunnen. Via de centre culturel francais en walonie hebben we een aantal contacten gevonden. ik wil hen vragen voorde auditie workshop – zodat we kunnen zien of ze samen met akteurs kunnen werken. zaterdag ga ik repetities af in de stad.er is een of andere rare muzikant die zelf muziekinstrumenten ontwerpt van allerlei andere machines. die wil ik graag ontmoeten
casting van straatkinderen
we zoeken straatkinderen via verschillende opvangcentra.70 procent is op straat vanwege hekserij
ik heb eerst guy georges alle ngo s laten opzoeken en afspraken maken met save the children en unitas en warchild en bice. het lukt niet bij alle want we hebben niet hoog genoege contacten. maandag ga ik naar warchild en bice.save the children doet lastig. heb jij een goede ingang?
via oser la vie hebben we zondagmiddag onze eerste auditiemiddag in een opvangcentrum voor straat kinderen
dat wordt spannend ik zal verslag doen
we gaan een theatermiddag houden in de opvangcentra voor straatkinderen, als auditie, maar in de praktijk een soort leuk open theaterles. we hopen uit deze middagen een tiental jongeren te selecteren die we in april wekelijks les gaan geven. en die vooral ook gemotiveerd zijn, of kunen dansen en muziek maken. hekserij benoemen is een heikel thema bij deze kinderen, ik overweeg hoe het te benoemen. ze moeten weten waar ze aan toe zijn zonder dat het voor hen eng is of verkeerd kan werken. hierover spreken we met de opvangcentra
woensdag (middag) hebben we vast produktieoverleg met armand van oser la vie en toto en guy georges.
inhoudelijke ontmoetingen
ik organiseer samen met toto een aantal gesprekken, voor de akteurs, voor mezelf en voor geintereseerden
zaterdag 28 hebben we de eerste = met prof yoka uit de documentaire = hij is heel uitgesproken en inspirerend
we willen nog drie ontmoetingen...
met een zelfuitgeroepen grote heks/feticheur
met een priester van een kerk die duivelsuitdrijvingen doet
met een kunstenaar, waarschijnlijk botabala, die zichzelf ministre de la poubelle noemt
deze gesprekken zijn om ons advies te geven, hoe te spreken over de hekserij als het hele publiek het gelooft
lessen lingala
ondertussen doe ik elke dag een half uur of een uur lingala... met mensen met wie ik afspreek, ook leuk
repetitieruimte
De bedoeling is dat we begin april beginnen met repeteren. Toto wil het liefst voor de hele periode een ruimte huren – een binnenplaats – die later kan dienen als ruimte van K=Mu theater. hij is bezig zich te installeren in een wijk : IPEN, een grote wijk waar nog helemaal geen theater is maar wel een grote potentie. Ipen heeft deels een vrij rijke bevolking die in villa’s woont en deels een arme bevolking die in goedkope parcelles woont en het niet kan permiteren om dichterbij het centrum te wonen.
Het probleem is dat je hier niks per maand kan huren
bovendien wil toto erg graag van de gelegenheid profiteren om een vaste ruimte voor zichzlef te huren
dat is ook deels goedkoper, want een repetitieruimte per maand is voor een blanke gauw 700 dollar.
als je iets huurt huurt, moet je bijna altijd tien maanden borg betalen.
Toto wil een parcelle zoeken van tussen de 200 en 300 dollar, die als oefenruimte dient, als kantoor van k-mu, en als toekomstige ruimte van k-mu waar hij voorstellingen kan geven e.d. hij zegt contacten te hebben om de ruimte te kunnen verhuren. Wat denk jij – kullen we hem helpen met deze investering ?
het zal ons ook van dienst komen als we hier produceren. in een parcelle kan de vrachtwagen staan, kunnen we de spullen laten staan en kunnen we eventueel logeren
Huisvesting
Ik zoek een kamer in een van de volkswijken. Niet makkelijk, want ook hier geldt dat je tien maanden huur moet betalen. Hoewel de huur niet zo hoog is, ongeveer 100 of 200 dollar, betekent het dat ik de vijf maanden dat ik hier niet ben ook moet betalen. Ik wil dat wel doen – mits in een goede wijk – zodat toto en guy georges een kamer hebben dichterbij het centrum. Vervoer is een probleem in kinshasa. je bent eindeloos onderweg.
dus dat ben ik ook aan het onderzoeken. van het budget moet het wel lukken
ik heb vandaag een mooie kamer gevonden in limite.
kost 200dollar per maand. borg 2000 dollar
wat denk jij?
we zijn daarnaast bezig me tlokatie zoektocht en produktie planning
en proberen een overzicht te krijgen van werkelijke kosten voor authorisaties etc
politie kosten zullen ook hoger worden voorspel ik
ik ben ook bij de ambassade geweest
tot gauw
het beste en veel liefs het is hier goed
guido
Op 20 mrt om 14:55 uur heeft Guido Kleene het volgende geschreven:
Lieve lotte
dank voor je mooie brief, het klinkt alsof het heel goed is daar in dordt en alsof er heel veel gaande is, ik zou er best een dagje bij willen zijn..
geniet ervan, en beterschap met je oog, ben benieuwd hoe de eerste onmoetingen zijn en de eerste presentaties???
hier alles prima
ik heb je steeds wat geschreven dus doe nu maar een hele hoop
Dimanche 15 mars
Ik ben nog steeds blij om hier te zijn. Het zal je niet verbazen, maar mij
wel een beetje – want het gaat op en neer. Misschien is het daarom dat ik
zoveel van deze stad hou. Het is zeker geen onverdeeld genoegen. Maar het
is een stad die telkens weer verbaast en die veroverd moet worden. Het is
een stad die telkens weer geleefd moet worden. Een stad die telkens weer
van je eist om van haar te houden. De meeste simpele dingen zijn
onmogelijk. Ik bedoel. Daan woont in Macampagne – de wijk van de rijken.
Een mooi huis met een grote tuin, nog helemaal leeg overigens. Macampagne
is een ramp voor iemand als ik die geen vervoer heeft. Omdat het de wijk
van de rijken is, zijn er nauwelijks taxis of busjes. Taxis en busjes zijn
de enige manier van vervoer. Zojuist heb ik een uur langs de weg gestaan
voordat ik werd meegenomen. Als er een taxi stopt, volgt er een
worsteling. Wie het eerst zich in de taxi heeft gewurmd wordt meegenomen.
Er zijn ook weer jonge mannen, die je honderd franc geeft voor een
plaatsje in de bus. Zij wurmen zich dan in plaats van jou in de bus, en
als ze de plaats veroverd hebben, moet je snel komen om de plaats over te
nemen. 'S nachts is het helemaal lastig, want 's nachts is de wijk onveilig,
en heb je al helemaal weinig vervoer. Moet je tien dollar betalen aan een
taxi om deze wijk in te willen. Ik ben dus op zoek naar een kamer. Een
kamer in een parcelle – een van de volksbuurten. Het zal wel waanzin zijn,
maar ik heb er erg veel zin in. Het vinden van een kamer is ook niet
makkelijk, want je moet tien maanden vooruit huur betalen, anders word je
door de huisbaas geweigerd. Bovendien zijn er weinig woningen en moet je
meteen beslissen. Er zijn tussenpersonen die je naar kamers kunnen
brengen. Ze hangen rond in de luwte van een boom bij bandal. Als je naar
een huis wil, moet je loopgeld betalen. Twee of drie dollar, alleen om het
huis te zien. C’est le Congo. Alles moet worden betaald. Niets is voor niets.
Overdag is het bloedheet – ik rij per lokale busjes van wijk naar wijk,
zwetend en puffend, als ik wil internetten valt de electriciteit uit, als
ik een afspraak wil maken, staat er een urendurende file, tussen hier en
het centrum. Ondertussen zingt de soukous, zonder ophouden. Overal, de
opzwepende dansmuziek van Congo. die maakt het geheel uiterst dragelijk.
En al snel ga je je hetzelfde gedragen. De dag is zwaar – overdag kost
alles moeite. De nacht is koel, in de nachten zijn de mensen prachtig, is er
bier en muziek en lijkt alles mooi. De nacht en de slechte verlichting
zorgen ervoor dat de puinhopen onzichtbaar zijn, de gaten in de weg zijn
weg. De nacht is goed..na butu esa malamu. Ik geniet. Van kleine dingen.
En wordt steeds vrolijker van niks. Van weinig. Van langs de weg staan, en
net zo lang moeten wachten als de Congolezen die naast me staan. Eerst
vinden ze me nog een rare mundele. Langzaam breekt het ijs. Samen wachten.
Een beetje meewarig lachen om de miserabele staat van alles in Congo. En
toch trots zijn. Kinois zijn direkt, ik vind het aangenaam, ze hebben geen
enkele behoefte om de blanke als meer te zien. ik kan hier verdwijnen en
toch aanwezig zijn.
Ik kan je vertellen over de nacht gisterenavond. Met de Nederlanders van
de Bralima. Bralima is Heineken in Congo, de grootste bierfabrikant. Ook
zo een vreemd gezelschap. Met mijn bevallige maitraisse. Maar misschien
kan ik je beter vertellen over andere zaken. Ik zal proberen uit te
leggen hoe eenvoudig het leven hier lijkt. Eten is eten. Dansen is dansen.
Zoenen is zoenen. Niet in de platte zin van het woord, maar in de
weldadige zin van de woorden. De woorden zijn de woorden. Werken is
werken. Helemaal, volledig, inbeslag genomen worden. Dansen is dansen.
Geld vragen is geld vragen. Alles kan je volledig doen. Met overgave.
Zonder gene. En dat maakt het leven soms op een buitengewoon aangename
manier eenvoudig. Want de woorden vullen je ook volledig. Eten vult, want
het is helemaal eten. Drinken is drinken. Sex is sex. In de volle
betekenis van het woord. Geen poging om iets anders te bereiken. Laat de
woorden volledig de woorden zijn. Dan is leven weer echt leven en de dood
echt de dood. Het klinkt platter dan ik het zou willen. Het is niet zo dat
de dood hier lekkerder smaakt, maar het is wel zo dat het leven hier meer
leven mag zijn. Omdat het schaarser is, of omdat het moeilijker is om
ergens te komen, omdat alles moeite kost.
Ik leer een beetje Lingala. En ondertussen ben ik aan het werk. Ik heb
gesprekken met toto. Het ging me allemaal wat langzaam, maar ik heb nu het
gevoel dat er schot in de zaak komt. Er moet een enorme berg werk verzet
worden in de komende weken. Maar soms gaan de dingen hier ook ineens heel
snel. Oh ik heb ontmoetingen ik kan het je haast niet uitleggen. Ik heb
echt veel lol met weinig. Tot gauw.
Maandag 16 maart
Een zeer goede dag. Maandag. Na een mooie nacht vol geheimen, neem ik het
transport richting de stad. Tsibongo. Boulevard. In een overvolle minibus
zit de mundele. Het gaat als een lopend vuurtje door de wijk. Ik merk het
als wildvreemden me ineens beginnen te groeten, op vreemde plekken in de
stad. Mensen die ik nog nooit gezien heb, maar zij mij wel. Wachtend bij
de bushalte. Of we hebben samen in een bus gezeten, ze waren nog speciaal
voor mij gestopt.
Ik word hier langzaam dikker. Ik denk dat als ik lang in congo blijf, dat
ik uiteindelijk met een dikke pens hier enkel bier sta te drinken, een
dikke mundele met jonge meisjes om zich heen. Nachtmerrie. Maar toch.. Ook
wel aangenaam.
Gesprek met Yoka. Yoka is de toneelschrijver uit de documentaire. Ik zoek
hem op met Toto. We willen hem in een discussieavond gebruiken, als
research – die we meteen gebruiken. Hij stemt toe. Ik vraag hem naar een
produktieiemand, en hij geeft twee namen. Ik vraag hem of hij in het
comite ter aanbeveling wil zitten. hij stemt toe. De dag is goed. Ik ga
daarna naar de ambassade – Marloes, zonder stem, is uiterst charmant –
maakt grapjes – helpt waar nodig, wat een heldin van een secretaresse.
Ik eet met Toto een broodje op straat – wat tot grote consternatie leidt –
de vrouwen die broodjes verkopen beginnen te joelen en te applaudiseren.
Ik begrijp eerst niet wat er aan de hand is. Ze kunnen er niet over uit
dat de blanke onze broodjes eet. We maken grapjes met de vrouwen. En we
lopen. Het vervoer in de stad is zo slecht geregeld, dat iedereen moet
lopen, tenzij je een eigen auto hebt.
Dan gaan we bij een kunstenaar langs. Hij heet Yotalatala, le ministre de
la poubelle. Hij heeft vreemde benen - een soort eendebenen, een
misvorming uit zijn jeugd, en hij is uiterst gepassioneerd. Hij werkt met
alles wat hij vindt. Het is een superleuk gesprek, hij bevestigt allerlei
dingen die ik al hoopte. Dat we met de voorstelling naar de arme wijken
moeten. Dat we bier moeten schenken. Dat we een acteur uit een theatre
populaire moeten nemen, omdat we anders nooit het publiek bereiken wat we
willen bereiken. Eerst zegt hij hele correcte dingen over hekserij, maar
als ik zeg dat ik niet zomaar wil zeggen dat hekserij niet bestaat, draait
hij volledig om. En je merkte dat hij er helemaal in gelooft. Dat maakt
het gesprek nog interessanter. Hoe vertel je een verhaal over kindhekserij
in een land waar iedereen in hekserij gelooft. En hij zegt – je moet een
komedie maken – een tragedie dat werkt hier niet – je moet humor hebben.
Om iets echts te willen vertellen. Ik ben het met hem eens, nu zeker. En
hij zegt – hoe ga je iets duidelijk maken waar iedereen in gelooft… het is
een gesprek voor een vervolg.
We rijden door – naar Victoire – naar een kunstenaar die alleen maar met
lepels en vorken kunstwerken maakt – van wel meters hoog. Het is een leuke
jongen. Samba. Heel sympathiek. Jij zal hem ook leuk vinden.. Hij doet het
al sinds zijn jongensjaren – beetje knutselen met bestek. Hij maakt echt
enorme beelden, allemaal zonder hoofd. Het is bijzonder. Hij vertelt dat
hij onlangs van hekserij is beschuldigd. Door zijn eigen familie. Terwijl
hij het huis voor hen gebouwd heeft en betaald, is hij praktisch uit zijn
huis gezet. Omdat hij een baard heeft en zich vreemd kleedt, vaak nemen ze
hem voor een gek. ze hebben hem verstoten, de enige in de familie die wat
verdiende.. Dat soort dingen. We drinken en lachen. Rond Victoire is het
geweldig de sfeer. Ik geniet. We eten pundu en ik ga naar huis.
Het lingala zingt zangerig. Het klinkt poetisch. Ik hou van deze taal. Oso
monde. Tika.. Mobali – mibali. Het lingala schalt overal op opstuwende
gitaarloopjes door de stad. Overal en altijd. In de taxi. In de bar.
Thuis. Altijd en overal zijn er liedjes. Iedereen bezingt de stad. De
liefde. De Congo. het leven. De nacht. De verleidingen. En heel veel over
God. Je kan nergens heen zonder die muziek. Onuitstaanbaar vrolijk wordt
ik ervan. De muziek is altijd vrolijk. Vaak zingen mensen rustig mee. In
de taxi, op straat. ik zou al die liedjes willen begrijpen. Ik zing ze
zachtjes mee. Ba yebi singai le lona tongo na ba linga aminatu – on ma dit
que aujourdhui matin j'etais avec mon ami aminatu. Het zijn de oude
Congolese meesters uit de jaren zeventig.
Donderdag 19 maart 2009
De dagen gaan voorbij. Er is voortdurend iets. Nu is er weer geen water.
Ik douche me al een paar dagen met een emmer.
Afrikanen hebben een vermogen om te tolereren, van anderen. Ik denk dat
wij dat vermogen gaandeweg zijn kwijtgeraakt, ergens onderweg, toen we te
druk bezig waren onszelf te perfectioneren en ons leven te stroomlijnen en
vergaten dat we mensen zijn. Als je hoge eisen aan jezelf stelt, is het
misschien moeilijker om fouten van een ander te accepteren en kan je het
niet veelen als een ander steken laat vallen. Ik denk dat het zo iets moet
zijn, dat ons gaandeweg heeft afgeleerd om ruimhartig te zijn. Afrikanen
zijn uiterst ruimhartig vind ik. Ze zijn geneigd om elkaars fouten te
vergeven. Als ik in een taxi stap en per ongeluk op iemands voeten sta,
dan wordt me dat vergeven. Als een politieagent om geld vraagt op de weg,
dan is er begrip voor het feit dat zijn salaris ontoereikend is. Als een
dief steelt, dan begrijpt men dat hij geld nodig heeft, al wordt hij
evenhard geslagen. Als een man vreemdgaat, dan is er begrip voor de
zwakheid van het vlees. Als er gedronken wordt, is er begrip voor de
uitspatting. Als iemand niet op tijd komt, dan accepteert men dat hij in
de file stond. Een uur, twee uur. Zelf als hij niet verschijnt. Ik kan
mezelf verschrikkelijk opvreten over dit soort dingen en ik kan er ook erg
van houden. Het is een ambivalent gevoel. Ik hou niet van de traagheid en
de loomheid, en ik geniet ervan. De kinois klaagt ook hardop over alles en
iedereen, maar of hij dezelfde strenge eissen aan zichzelf stelt is de
vraag. In ieder geval is er begrip. Op de grote boulevard in het
handelscentrum wordt overdag aan de weg gewerkt, waardoor er eindeloze
files ontstaan. Het kost een uur om twee kilometer af te leggen. Iedereen
klaagt dat er niet ‘s nachts wordt gewerkt, als er geen verkeer is – zodat
het leven overdag gewoon door zou kunnen gaan in het handelscentrum van de
stad. Maar er is ook begrip. De politici willen laten zien dat ze niet
alleen praten, maar ook resultaten leveren : dus moet het werk overdag
gebeuren. Laten zien wat je doet is net zo belangrijk, zo niet
belangrijker dan wat je doet. Het zijn de Chinezen die de weg maken. dat
is ook Afrika. Grote infrastructurele werken worden door de Chinezen
gedaan en betaald, in ruil voor mijnbouw consessies.
Vrijdag 20 maart 2009
Gisterenavond ging ik naar Yolo. Yolo is de wijk waar het op dit moment
gebeurt. Er is ambiance. Er is criminaliteit. Er wordt gedansd. Het is de
plek waar straatkinderen een nieuwe muziek hebben uitgevonden. En een
nieuwe dans. De Zembe. Een supersexy dans van adolescenten, die voor
elkaar dansen en naar elkaar kijken. Het lijkt erg op de funk carioca uit
de sloppenwijken in Brazilie. Ik wil in mijn voorstelling deze muziek
gebruiken. Maar het lukt steeds niet om het live te zien. Misschien heb
ik te nette Congolese vrienden. Ze vinden de dingen die ik leuk vind
volgens mij ordinair. Zoals naar Yolo om Zembe te luisteren. In een
overvol busje zitten, vinden ze ongemakkelijk. Dat is het ook. Maar het is
ook bijzonder. Er gebeurt altijd iets. Als ik op Victoire in het minibusje
stap naar Yolo, is iedereen bezig met de mundele – de blanke. Waar gaat
hij heen, waarom zit hij in ons busje. Op straat wordt er gelachen en
geroepen, de blanke zit in de kombi. De kombi is het goedkoopste
transport. als ze erachter komen dat ik de wijk niet ken, is er meteen
iemand die met me mee wil lopen. Om me te beschermen, om me te leren
kennen. Het is een dokter in opleiding, Maurice. Hij vertelt over een ziek
kind, die rage heeft. Hondsdolheid. Er zijn twee nieuwe gevallen
binnengekomen vandaag, de familie heeft geen geld om ze beter te maken.
het ziekenhuis ook niet. Dus gaat het met kleine beetjes. Er is net genoeg
geld voor een medicijn, maar niet voor de hele kuur. Dus wordt het
geprobeerd met de helft van de kuur. Dat soort toestanden. We komen aan in
Yolo. Het is een gezellige chaos, straten met terassen om bier te drinken,
vuilnis, er is een begrafenis – een grote witte kist – met enorm veel
bloemen en kitcherige kado’s. Begrafenissen lijken hier net op grote
feesten. Er staat een partytent. Er staan stoelen. Er zitten mensen in
rijen te kijken en er klinkt muziek. Iedereen is op zijn best gekleed,
maar zeker niet in het zwart. En er wordt gedronken. Grote groepen vrouwen
aan het bier in Afrikaanse jurken, waar vind je dat elders in Afrika. Het
heeft iets zigeunerachtigs – Yolo. De jongeren in de wijk zijn scherp
afgetekend. Coole kapsels, jonge meisjes met hippe jurkjes, veel te sexy.
Veel te strak, met veel goud en felwitte lycra. Jongens gaan het liefst in
gangster stijl – afgewerkte kapsels, geschoren patronen in het haar,
opvallende sportkleding. En lang kroeshaar. Als ik langs loop zijn er
groepjes opgeschoten jongens die me willen provoceren. Commando – roepen
ze me na - omdat ik in een hemdje loop. Ik heb geleerd om hen te negeren,
zodra je oogcontact maakt, kom je er niet meer vanaf. Willen ze geld, gaan
ze om je heen staan. En als je geen geld geeft, verandert de sfeer. Worden
ze boos, komen te dichtbij, op zoek naar een opstootje, dan kan je iets
stelen... maar als je doet alsof je hen niet hoort, dan kan je rustig
voorbij lopen, en zal niemand je iets doen. Het heeft iets aardigs in het
criminele. Er moet contact gemaakt worden, je moet een ingang hebben bij
iemand voordat je iets kan ondernemen. Ik heb afgesproken met Guy Georges,
maar hij is te laat en heeft zijn telefoon uit staan. Ik heb geen idee
waar ik moet zijn, dus wacht ik maar wat – op de hoek van een rommelig
pleintje midden in de wijk. Het wordt langzaam donker, ik maak me wat
ongerust, dit is niet echt de plek waar je 's avonds alleen moet zijn. Maar
aan de andere kant is dit ook het avontuur. En maak je altijd contact. Een
meisje van een jaar of veertien hangt een beetje rond, vlak naast me. Ze
is in voetbalkleren. Ze speelt voetbal in een vrouwenteam. Als ze hoort
dat ik toneel maak, wil ze meteen auditie doen. Ze spreekt geen frans, dus
we praten met het beetje lingala dat ik spreek. Handen en voeten. Dan komt
er een verlegen waterverkoper bij staan. En als snel is er een gesprek.
Wie ben je, wat doe je hier. Laat die dans eens zien. Het is aangenaam
hier.
De avond gaat zo door. We gaan naar de bars waar de Zembe wordt gedanst. T
lijkt een beetje op de plekken waar we in Brazzaville zijn geweest, mensen
die aan tafeltjes bier zitten te drinken, en af en toe ineens gaan staan
om te dansen. Met zichzelf. Omdat de muziek zo stuwt dat je niet meer op
je stoel kan blijven zitten. Vaak komt er een meisje aan tafel zitten, die
meedrinkt en wel mee naar huis wil. De hele sfeer is uiterst louche,
slecht verlicht, met goud omhangen mannen in witte trainingspakken, grote
flessen bier. In de bars zijn bijna alle vrouwen hoertjes. Het klinkt stom
om dat te zeggen, want een mens is een mens en niet alleen wat hij doet –
een hoertje klinkt zo denigrerend. een hoertje is geen hoertje. En ook
weer wel, want hoeveel lol je ook maakt, er is altijd handel. Er moet geld
verdiend worden. Twee jongens doen een soort gestileerde copulatiedans.
Heel mooi, heel stijlvol, dansen ze naar elkaar toe. En dan dansen ze in
alle standjes die mogelijk zijn. Het is erg komisch. En mooi. Twee jongens
in innige omhelzing, met felwitte kleren aan. Die dansen alsof ze met
elkaar aan het seksen zijn, maar dan heel gestileerd.
We drinken en we drinken, en ik ben draaierig als ik diep in de nacht in
de taxi stap. Alleen thuis komen is altijd het spannendst. Thuis komen
midden in de nacht, als je aan de andere kant van de stad bent. Het
vervoer zijn shared taxi’s, die van de ene wijk naar de andere rijden op
vaste routes. Drie taxi’s tot in de buurt van ‘t huis van Daan… als ze nog
gaan zo laat in de avond. Halverwege besluit de chauffeur naar een andere
wijk te gaan – omdat ik de enige ben die naar Tsjibangu moet. Ik heb het
te laat door, ik wordt gedropt op een donkere hoek in de verkeerde wijk.
Gelukkig staat er nog een andere taxi. ik maak me boos op de chauffeur die
had gezegd me te brengen naar Tsjibangu, en weiger te betalen. We komen
tot een compromis, ik betaal de helft. En dan ineens grist iemand mijn
geld uit de handen. Roetsj. En weg is hij. Het is maar 200 fc, nog geen
twintig cent, maar toch. de donkere nacht in. Een zwakke straatlantaarn,
wat verkopers. De omstanders zijn bozer dan ik. De taxi chauffeur heeft zo
met de blanke te doen, dat hij besluit me helemaal naar huis te brengen –
tegen betaling uiteraard, maar niet zoveel. Een blanke zo bestelen in de
nacht – dat doe je niet. ‘T is toch een barbaars land, volgens de
Congolezen...